Civiel recht overig

Kort geding. Ontruiming bij verstek.

Rechtbank Midden-Nederland, 3 september 2026

Zaakgegevens

Op 3 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Almere
Datum uitspraak
3 september 2026
Datum publicatie
16 september 2026
Zaaknummer
12357076 \ MV EXPL 26-122
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:6360
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding. Ontruiming bij verstek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almere

Zaaknummer: 12357076 \ MV EXPL 26-122

Vonnis in kort geding van 3 september 2026

in de zaak van

GRONDBANK HILVERSUM B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

eisende partij,

hierna te noemen: de Grondbank,

gemachtigde: mr. O.A.H. Van Dalsum,

tegen

[gedaagde partij] ,

handelend onder de naam [handelsnaam],

zaakdoende en wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de betekende dagvaarding van 24 augustus 2026 met vijf producties.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 september 2026.

Namens de Grondbank is verschenen haar gemachtigde. [gedaagde partij] is niet verschenen.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.

1.3.

Aan het einde van de mondelinge behandeling is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.

2 De kern van de zaak

2.1.

De Grondbank verhuurde tot en met 31 augustus 2026 aan [gedaagde partij] de bedrijfsruimten aan de [adres] in [plaats] (kadastraal bekend [plaats] [kadastrale nummers] , hierna: het gehuurde). De Grondbank heeft onweersproken gesteld dat de huurovereenkomst van rechtswege is geëindigd. [gedaagde partij] wordt bij verstek veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen van betekening van dit vonnis.

3. De beoordeling

Verstek

3.1.

Omdat [gedaagde partij] – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet is verschenen in deze procedure, zal tegen hem verstek worden verleend. Vanwege de verstekverlening moeten de vorderingen van de Grondbank worden toegewezen, tenzij deze de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

Spoedeisend belang

3.2.

Het vereiste spoedeisend belang is, gelet op de aard van de vordering en het daarover onweersproken door de Grondbank is gesteld, aanwezig. Dit betekent dat de vorderingen van de Grondbank inhoudelijk kan worden behandeld.

[gedaagde partij] moet de bedrijfsruimten ontruimen

3.3.

Bij gebreke van betwisting staat het door de Grondbank feitelijk aan de vorderingen ten grondslag gelegde vast. De gevorderde ontruiming komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Ook is de kantonrechter van oordeel dat het in hoge mate waarschijnlijk is dat die vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen en dat het van de Grondbank niet kan worden gevergd dat de uitkomst van een bodemprocedure wordt afgewacht. Die gevorderde ontruiming zal daarom worden toegewezen zoals onder de beslissing vermeld.

Machtiging wordt afgewezen

3.4.

De gevorderde machtiging om zelf de ontruiming uit te voeren moet worden afgewezen. De wet schrijft namelijk voor dat de gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. Een machtiging aan de Grondbank om zelf te zorgen voor de ontruiming zou in strijd zijn met deze regel. Als [gedaagde partij] het gehuurde niet zelf ontruimt, dan zal de Grondbank na betekening van dit vonnis op grond van de wet (artikelen 555 en verder, in samenhang met artikel 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna: Rv) de deurwaarder moeten inschakelen om [gedaagde partij] te dwingen het gehuurde te ontruimen.

[gedaagde partij] moet de proceskosten betalen

3.5.

[gedaagde partij] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Grondbank worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

144,00

(plus eventuele betekeningskosten)

Totaal

€

1.013,02

4 De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

4.1.

veroordeelt [gedaagde partij] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimten aan de [adres] in [plaats] (kadastraal bekend Hilversum [kadastrale nummers] ) te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van de Grondbank zijn, en de sleutels af te geven aan de Grondbank;

4.2.

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.013,02, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;

4.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Blanke en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026.

4578