Civiel recht overig
Kort geding. Kopstaartvonnis. Wakker Dier wil in aanloop naar Werelddierendag een reclame-uiting tonen op…
Rechtbank Midden-Nederland, 23 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6552 · Rechtbank Midden-Nederland · 23 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbmne-2026-6552
Zaakgegevens
Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Datum publicatie
- 24 september 2026
- Zaaknummer
- C/16/617764 / KG ZA 26-569
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. V.S. Bouman, mr. M.R. Ruygvoorn
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6552
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Kopstaartvonnis. Wakker Dier wil in aanloop naar Werelddierendag een reclame-uiting tonen op NS-treinstations. NS weigert dat. Volgens Wakker Dier is dat onrechtmatig en moet NS dit alsnog toestaan. De voorzieningenrechter wijst de vordering toe.
Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/617764 / KG ZA 26-569
Vonnis in kort geding van 23 september 2026
in de zaak van
STICHTING WAKKER DIER,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Wakker Dier,
advocaat: mr. V.S. Bouman,
tegen
NS STATIONS B.V.,
te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: NS Stations,
advocaat: mr. M.R. Ruygvoorn.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 september 2026 met 11 producties,
- de mondelinge behandeling van 23 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van Wakker Dier,
- de pleitnota van NS Stations.
In verband met de spoedeisendheid van het gevorderde is vonnis gewezen op 23 september 2026 in de vorm van een ‘kopstaartvonnis’. Dit is de uitwerking daarvan die op 6 oktober 2026 aan partijen is afgegeven.
2 De kern van de zaak
Wakker Dier wil in aanloop naar Werelddierendag op 4 oktober 2026 reclame-uitingen tonen op de NS treinstations. NS Stations heeft dit geweigerd. Wakker Dier is van mening dat NS Stations hiermee onrechtmatig handelt tegenover haar, omdat zij wordt beperkt in haar vrijheid van meningsuiting. Wakker Dier vordert in dit kort geding onder meer dat NS Stations wordt geboden de aangeboden uitingen alsnog te (laten) tonen, op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe.
3 De beoordeling
Toetsingskader kort geding
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat Wakker Dier daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Het spoedeisend belang van Wakker Dier bij haar vordering staat niet ter discussie
Wakker Dier stelt een spoedeisend belang te hebben bij haar vorderingen. De uitingen hebben namelijk betrekking op een te voeren campagne voor Werelddierendag op 4 oktober 2026. Wakker Dier heeft toegelicht dat deze campagne van start zal gaan op 28 september 2026. Het is volgens Wakker Dier daarom van belang om voor die datum duidelijkheid te hebben over de vraag of NS Stations de uitingen al dan niet moet toelaten. Deze spoedeisendheid wordt niet door NS Stations betwist en is daarmee vast komen te staan.
NS Stations heeft onrechtmatig gehandeld tegenover Wakker Dier
Wakker Dier heeft op 20 augustus 2026 via haar mediabureau Zigt de hieronder afgebeelde reclame-uitingen aangeboden aan Global Media, de exploitant van de abri's en overige advertentieruimte op de NS treinstations. Wakker Dier beoogt met de campagne rondom Werelddierendag om de consumptie van dierlijke producten onder de aandacht van een breed publiek te brengen.
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Uiting 1 Uiting 2
N.B. Uiting 1 is bedoeld om te tonen op alle NS treinstations in Nederland, uiting 2 uitsluitend op station Rotterdam Centraal.
Global Media heeft de reclame-uitingen ter beoordeling voorgelegd aan NS Stations. Vervolgens heeft Global Media op 7 september 2026 aan Zigt bericht dat NS Stations de uiting in deze vorm niet heeft goedgekeurd, omdat de boodschap wordt aangemerkt als een maatschappelijke stelling die aanleiding kan geven tot publiek debat en daarmee buiten de kaders valt die NS Stations voor dit netwerk hanteert. Een algemene merkuiting met een neutrale slogan, zonder concrete stelling of oproep, kon desgewenst opnieuw aan NS Stations worden voorgelegd. Global Media heeft daar (later die dag) nog aan toegevoegd dat NS Stations niet wil worden geassocieerd met directe maatschappelijke of politieke standpunten, ongeacht de ideële aard of het initiatief daarachter.
Volgens Wakker Dier handelt NS Stations onrechtmatig door de reclame-uitingen te weigeren. Zij zou namelijk beperkt worden in haar vrijheid van meningsuiting en haar zou de kans worden ontnomen om haar boodschap uit te dragen. NS Stations bestrijdt dit en is kort gezegd van mening dat zij eigenaar is van de NS treinstations en daarmee ook van de abri’s en reclamedragers op de NS treinstations. NS Stations zou daarom zelf mogen bepalen welke reclame-uitingen zij toestaat en welke niet.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat NS Stations onrechtmatig tegenover Wakker Dier heeft gehandeld op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) door de reclame-uitingen zoals weergegeven in 3.3 te weigeren. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.
Wakker Dier beroept zich op de vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in (onder meer) artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 7 van de Grondwet. Deze artikelen hebben geen directe horizontale werking, wat betekent dat Wakker Dier zich niet direct kan beroepen op deze artikelen tegenover NS Stations. Wel werken deze grondrechten indirect door in de verhouding tussen burgers en ondernemingen onderling. De rechter dient namelijk een afweging te maken tussen de vrijheid van meningsuiting en andere belangen, via de open normen van het privaatrecht. Zo moet deze afweging ook worden gemaakt bij de vraag of er onrechtmatig is gehandeld op grond van artikel 6:162 BW. De voorzieningenrechter zal in dat kader daarom het grondrecht van vrijheid van meningsuiting van Wakker Dier afwegen tegen de belangen van NS Stations, die er onder meer uit bestaan dat zij als eigenaar van de abri’s en andere reclamedragers op de NS treinstations mag bepalen welke reclame-uitingen zij al dan niet toestaat.
In het kader van de belangenafweging en voor het oordeel dat NS Stations onrechtmatig heeft gehandeld spelen voor de voorzieningenrechter de volgende omstandigheden een rol:
-
Het belang van Wakker Dier bij het vertonen van de uitingen en daarmee het uitdragen van haar (ideële) boodschap is niet betwist door NS Stations en staat dus niet ter discussie.
-
In beginsel geldt dat het eigendomsrecht het meest omvattende recht is. Dit betekent echter niet dat het eigendomsrecht zo ver reikt dat grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting zonder reden of rechtvaardiging mogen worden ingeperkt. Dat NS Stations eigenaar is van de reclamedragers op de NS treinstations maakt dus, anders dan NS Stations meent, niet dat zij het recht heeft om geheel willekeurig en zonder reden reclame-uitingen te weigeren. NS Stations heeft zich tijdens de mondelinge behandeling op het standpunt gesteld dat zij zelf mag bepalen met wie zij contracteert en in die zin ook volstrekt willekeurig zou mogen oordelen, omdat zij nu eenmaal het eigendomsrecht heeft. De voorzieningenrechter gaat daar, gelet op het voorgaande, aan voorbij. Het is niet aannemelijk dat de bodemrechter NS Stations in dit standpunt zal volgen.
-
NS Stations heeft – als monopolist voor reclamedragers op NS treinstations – een zwaardere verantwoordelijkheid bij het uitoefenen van haar bevoegdheden en dus ook bij het al dan niet toestaan van reclame-uitingen. Het door NS Stations ingenomen standpunt dat zij een willekeurige privaatrechtelijke rechtspersoon is verdraagt zich ook niet met de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2019, waarin is vastgesteld dat NS Stations als publiekrechtelijke instelling aanbestedingsplichtig is (nota bene voor de reclamedragers waar het in dit kort geding over gaat). Dat heeft dus invloed voor NS Stations op de (wijze van) uitoefening van haar privaatrechtelijke rechten en verplichtingen. En dus ook ten aanzien van het al dan niet mogen weigeren van bepaalde reclame-uitingen. Dit betekent dat NS Stations niet willekeurig mag handelen en terughoudend moet zijn met het – zonder gegronde reden – weigeren van reclame-uitingen.
-
NS Stations heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dan wel onvoldoende uitgelegd waarom zij de reclame-uitingen van Wakker Dier heeft geweigerd. Dit terwijl andere, soortgelijke reclame-uitingen, die ook aanleiding zouden kunnen geven tot publiek debat, wel door NS Stations zijn toegestaan. Deze uitingen sporen, net als de uiting van Wakker Dier, aan tot ‘een doen’. Het gaat dan bijvoorbeeld om campagnes van “Wissel ‘ns wat”, waarbij het publiek wordt aangezet om het eten van koeien te verwisselen voor het eten van kikkererwten. Maar ook om campagnes van politieke partijen; zo heeft Wakker Dier een afbeelding van een campagne-poster van de politieke partij (toen nog zo geheten) Groenlinks-PvdA in het geding gebracht, waarbij het publiek wordt opgeroepen tot ‘Stem Groenlinks-PvdA’. NS Stations heeft ter zitting bevestigd dat zij het alle politieke partijen toestaat om dergelijke uitingen op de stationsabri’s te vertonen. De voorzieningenrechter ziet niet in waarom de onderhavige uitingen van Wakker Dier aanleiding zouden kunnen geven tot meer publiek debat dan de hiervoor genoemde voorbeelden. Kortom, het is onbegrijpelijk dat NS Stations de uitingen van Wakker Dier - die wellicht als licht prikkelend kunnen worden ervaren, maar bijvoorbeeld geen shockerende beelden van de verwerking van dieren in de vleesindustrie bevatten - weigert, terwijl zij eerder wel uitingen heeft toegestaan die tot meer publiek debat of controverse kunnen leiden.
-
Wakker Dier heeft toegelicht dat voor haar de NS treinstations belangrijke plekken zijn om haar boodschap uit te dragen. Op die plekken staan mensen namelijk langer (stil) te wachten, waarbij zij tijdens het wachten gaan bedenken wat ze in de avond willen eten. Op die manier kan de reclame-uiting een directe invloed hebben op de consumptie van vlees of het nadenken daarover. Die impact is van belang, zodat Wakker Dier, met beperkte financiële middelen, op een zo effectief mogelijke manier haar ideële boodschap kan uitdragen. NS Stations heeft hiertegen ingebracht dat er ook andere mogelijkheden zijn waar Wakker Dier haar ideële boodschap kan uitdragen, zoals via bus- en tramhaltes en op stationspleinen. Hoewel het klopt dat er ook andere media of reclamedragers zijn waar Wakker Dier haar boodschap kan uitdragen, overtuigt het standpunt van NS Stations de voorzieningenrechter niet. Het bereik van de reclamedragers van NS Stations is binnen de markt van de buitenreclame volstrekt uniek mede vanwege het landsdekkende karakter daarvan. Mede in het licht van hetgeen hiervoor overwogen is over het publieke karakter van de activiteiten van NS Stations en de omstandigheid dat die plaatsvinden in de publieke ruimte dient NS Stations naar het oordeel van de voorzieningenrechter zorgvuldiger met de belangen van potentiële adverteerders om te gaan dan zij in dit geval heeft gedaan. De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat voor ideële organisaties zoals Wakker Dier, de reclamedragers op NS treinstations hét aangewezen reclamemedium is om hun ideële boodschap naar een zo groot mogelijk publiek uit te kunnen dragen.
-
Wakker Dier heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de weigering van NS Stations mee kan brengen dat er een chilling effect op de uitingsvrijheid van Wakker Dier zal ontstaan. Het criterium dat een uiting geen aanleiding mag geven tot publiek debat, is naar haar mening namelijk vaag en wordt willekeurig toegepast. Het is daarom een reëel risico dat Wakker Dier hierdoor haar toekomstige campagnes zal gaan afzwakken om toekomstige weigeringen te voorkomen. Gelet op het voorgaande is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter inderdaad gebleken dat NS Stations zonder reden of rechtvaardiging de uiting van de Wakker Dier heeft geweigerd. Dat hierdoor een chilling effect ontstaat, is in het geheel niet uitgesloten. Om dat te voorkomen, heeft Wakker Dier er belang bij dat zij haar ideële boodschap kan uitdragen ook in het geval deze als (licht) prikkelend kan worden ervaren.
Gelet op het voorgaande oordeelt de voorzieningenrechter dat de vrijheid van meningsuiting van Wakker Dier zwaarder weegt dan de belangen van NS Stations en dat NS Stations onrechtmatig heeft gehandeld door de uitingen van Wakker Dier te weigeren. Dit betekent dat de vordering van Wakker Dier zal worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt. NS Stations wordt veroordeeld om aan Wakker Dier een dwangsom te betalen van € 25.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt.
NS Stations moet de proceskosten van Wakker Dier betalen
NS Stations is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wakker Dier worden begroot op:
|
- kosten dagvaarding |
€ |
155,67 |
|
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.177,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.256,67 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
gebiedt NS Stations om zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 24 uur na het wijzen van dit vonnis, aan Global Media B.V. te berichten (op zodanige wijze dat het bericht de juiste mensen zo spoedig mogelijk bereikt, waaronder in ieder geval per e-mail aan [e-mail adres] .com, met cc aan [e-mail adres] ) dat zij haar weigering van de uitingen - zoals weergegeven in productie 4 van de dagvaarding - van Wakker Dier intrekt, en om ervoor te zorgen dat de hiervoor genoemde uitingen van Wakker Dier in de week van 28 september tot en met 4 oktober 2026 op de door Wakker Dier te bepalen wijze kunnen worden verspreid binnen de door Global Media B.V. geëxploiteerde abri’s en andere reclamekanalen in de treinstations van NS Stations,
veroordeelt NS Stations om aan Wakker Dier een dwangsom te betalen van € 25.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de veroordeling onder 4.1. voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,
veroordeelt NS Stations in de proceskosten van € 2.256,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als NS Stations niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt NS Stations tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Wachter en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.
WM (5442)