Civiel recht overig
Kort geding, verstek. Werknemer is arbeidsongeschikt. Loonvordering toegewezen.
Rechtbank Midden-Nederland, 1 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6973 · Rechtbank Midden-Nederland · 1 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbmne-2026-6973
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almere
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2026
- Datum publicatie
- 12 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12358720 \ MV EXPL 26-124 JD/51246
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6973
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding, verstek. Werknemer is arbeidsongeschikt. Loonvordering toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Zaaknummer: 12358720 \ MV EXPL 26-124 JD/51246
Vonnis in kort geding van 1 oktober 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
wonend in [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. E.J. van de Bovenkamp (D.A.S.),
tegen
de besloten vennootschap
D.A.M. TAXATIES B.V.,
tevens handelend onder de naam D.A.M. Vastgoed
gevestigd in Zeewolde ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: D.A.M. Taxaties ,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 augustus 2026 met 12 producties;
- de akte met aanvullende productie 13 van [eiseres] ;
- de mondelinge behandeling van 17 september 2026.
Tijdens de zitting op 17 september 2026 was [eiseres] aanwezig, samen met haar echtgenoot. Zij werd bijgestaan door mr. Van de Bovenkamp. Namens D.A.M. Taxaties is niemand naar de zitting gekomen. Daarom heeft de voorzieningenrechter tegen D.A.M. Taxaties verstek verleend. [eiseres] heeft haar eis tijdens de zitting verminderd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak doet.
2 De kern van de zaak
[eiseres] is bij D.A.M. Taxaties in dienst als [functie] . Zij is sinds 17 april 2025 arbeidsongeschikt. Vanaf de maand mei 2026 heeft D.A.M. Taxaties het brutoloon van € 1.529,84 per maand niet (op tijd) aan [eiseres] betaald. Ook het vakantiegeld is te laat betaald. [eiseres] vordert in deze procedure onder andere € 3.059,68 aan achterstallig loon met daarover de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, de wettelijke verhoging en de wettelijke rente over het te laat betaalde loon en vakantiegeld en doorbetaling van het loon tijdens de arbeidsongeschiktheid. Daarnaast vordert [eiseres] dat D.A.M. Taxaties een afspraak voor haar moet laten plaatsvinden bij de bedrijfsarts, op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiseres] grotendeels toe.
3 De beoordeling
[eiseres] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen
Het spoedeisend belang van [eiseres] vloeit voort uit de aard van de vorderingen.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen grotendeels toe
[eiseres] heeft haar eis tijdens de zitting verminderd, omdat D.A.M. Taxaties na de dagvaarding het achterstallig loon voor de maand mei 2026 en het achterstallig vakantiegeld heeft betaald. In de dagvaarding vorderde [eiseres] ook dat D.A.M. Taxaties een nieuwe arbodienst moest inschakelen. Omdat dit inmiddels is gebeurd, heeft [eiseres] die vordering ingetrokken. Na de eisvermindering vordert [eiseres] dat D.A.M. Taxaties :
-
€ 3.059,68 aan achterstallig loon voor de maanden juni en juli 2026 moet betalen;
-
het brutoloon van € 1.529,84 per maand met alle gebruikelijke looncomponenten moet doorbetalen tijdens de arbeidsongeschiktheid, vanaf 1 augustus 2026 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, onder verstrekking van deugdelijke loonstroken;
-
de wettelijke verhoging van 50% als bedoeld in artikel 7:625 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en de wettelijke rente over het achterstallig en te laat betaalde loon en vakantiegeld moet betalen;
-
de wettelijke verhoging moet betalen over de vanaf 1 augustus 2026 verschuldigde loontermijnen en looncomponenten die niet op tijd worden betaald;
-
correcte maandelijkse loonstroken moet afgeven waarop de periodieke betalingen zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag dat D.A.M. Taxaties hier niet aan voldoet, totdat per overtreding een maximum van € 2.000,- is bereikt;
-
binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een afspraak voor [eiseres] moet laten plaatsvinden bij de bedrijfsarts, althans een concrete datum en concreet tijdstip daarvoor moet laten vastleggen en aan [eiseres] moet mededelen, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag(deel) dat D.A.M. Taxaties hier niet aan voldoet, totdat een maximum van € 10.000,- is bereikt.
D.A.M. Taxaties is niet verschenen in deze procedure en heeft dus geen verweer gevoerd. Daarom moet de voorzieningenrechter alleen beoordelen of de vorderingen van [eiseres] onrechtmatig of ongegrond zijn. Dat is alleen het geval voor de gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente over de toekomstige loontermijnen. Die loontermijnen zijn nog niet opeisbaar en D.A.M. Taxaties is met betaling daarvan nog niet in verzuim. Daarom wijst de voorzieningenrechter de gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente over de toekomstige loontermijnen af. De overige vorderingen van [eiseres] komen de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Die vorderingen worden toegewezen.
D.A.M. Taxaties moet de proceskosten betalen
D.A.M. Taxaties heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
155,67 |
|
|
- griffierecht |
€ |
265,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
865,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.429,67 |
De voorzieningenrechter wijst de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe zoals staat vermeld in de beslissing.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter:
veroordeelt D.A.M. Taxaties om aan [eiseres] te betalen:
I. € 6.119,36 bruto aan achterstallig loon over de maanden juni tot en met september 2026, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% als bedoeld in artikel 7:625 BW en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het achterstallig loon vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling;
II. de wettelijke verhoging van 50% als bedoeld in artikel 7:625 BW over het loon van € 1.529,84 bruto voor de maand mei 2026 en over het vakantiegeld van € 1.447,79 bruto en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het loon voor de maand mei 2026 en het vakantiegeld vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt D.A.M. Taxaties om bij ongewijzigde omstandigheden het loon van € 1.529,84 bruto per maand met alle gebruikelijke looncomponenten door te betalen tijdens de arbeidsongeschiktheid, vanaf 1 oktober 2026 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, onder verstrekking van deugdelijke loonstroken;
veroordeelt D.A.M. Taxaties tot afgifte van correcte maandelijkse loonstroken waarop de periodieke betalingen zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag dat D.A.M. Taxaties hier niet aan voldoet, totdat per overtreding een maximum van € 2.000,- is bereikt;
veroordeelt D.A.M. Taxaties om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een afspraak voor [eiseres] bij de bedrijfsarts te laten plaatsvinden, althans een concrete datum en concreet tijdstip daarvoor vast te leggen en aan [eiseres] mede te delen, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag(deel) dat D.A.M. Taxaties hier niet aan voldoet, totdat een maximum van € 5.000,- is bereikt;
veroordeelt D.A.M. Taxaties in de proceskosten van € 1.429,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als D.A.M. Taxaties niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet D.A.M. Taxaties ook de kosten van betekening betalen;
veroordeelt D.A.M. Taxaties om de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten te betalen als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026.