Civiel recht overig
Kort geding; ontruiming huurwoning toegewezen; huurder veroorzaakt ernstige overlast door o.a. de woning als…
Rechtbank Midden-Nederland, 1 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6974 · Rechtbank Midden-Nederland · 1 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbmne-2026-6974
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2026
- Datum publicatie
- 12 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12306720 \ UV EXPL 26-173
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6974
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding; ontruiming huurwoning toegewezen; huurder veroorzaakt ernstige overlast door o.a. de woning als inlooplocatie te (laten) gebruiken.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12306720 \ UV EXPL 26-173
Vonnis in kort geding van 1 oktober 2026
in de zaak van
STICHTING WOONIN,
gevestigd in Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonin,
gemachtigde: mr. H.A.J. van Rens,
tegen
[gedaagde] ,
wonende in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. K.D.C. Schemkes.
1 De procedure
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
- de dagvaarding van 16 juli 2026, met producties 1 tot en met 16,
- productie 1 van [gedaagde] ,
- het bericht van Woonin van 29 juli 2026 met productie 17.
De eerste zitting in deze zaak vond plaats op 30 juli 2026. Daarbij was namens Woonin [A] ( [functie] bij Woonin) aanwezig met gemachtigde mr. H.A.J. van Rens. Namens [gedaagde] was zijn zus [B] aanwezig met gemachtigde mr. K.D.C. Schemkes. Tijdens deze zitting heeft de gemachtigde van [gedaagde] spreekaantekeningen voorgedragen. Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat de verdere behandeling van de zaak voor maximaal drie maanden werd aangehouden. Op 7 september 2026 heeft Woonin verzocht de mondelinge behandeling voort te zetten. Bij dit verzoek zaten producties 18 tot en met 23 van Woonin. De mondelinge behandeling is vervolgens verdergegaan op 17 september 2026. Daarbij waren dezelfde personen aanwezig als op 30 juli 2026. De griffier heeft tijdens beide zittingen aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.
2 De kern van de zaak
Woonin is verhuurder van de woning aan de [adres] ( [postcode] ) in [plaats] . [gedaagde] woont in die woning. Woonin wil met dit kort geding bereiken dat [gedaagde] de woning ontruimt. [gedaagde] veroorzaakt volgens Woonin ernstige overlast onder andere door andere mensen gebruik te laten maken van de woning als inlooplocatie of slaapplaats. [gedaagde] en de mensen die hij in zijn woning laat verblijven veroorzaken daarnaast (geluids-)overlast door ’s nachts bij buren aan te bellen, op deuren te bonzen en te schreeuwen. Verder is de woning van [gedaagde] vervuild. De kantonrechter acht het zeer waarschijnlijk dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden. Omdat Woonin een groot spoedeisend belang heeft om de overlast die [gedaagde] veroorzaakt te beëindigen beslist de kantonrechter dat [gedaagde] nu al de woning moet ontruimen.
3 De beoordeling
Het beoordelingskader in kort geding
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing van een vordering in kort geding moet aan enkele voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van een spoedeisend belang én het moet zeer waarschijnlijk zijn dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Verder moet het belang dat Woonin heeft bij toewijzing van de vordering worden afgewogen tegen de gevolgen hiervan voor [gedaagde] .
Woonin heeft een spoedeisend belang
Een spoedeisend belang is aanwezig als van Woonin niet verwacht kan worden dat zij de uitkomst van een normale, uitgebreide procedure (bodemprocedure) afwacht. Dat is hier het geval. Sinds enkele maanden krijgt Woonin meldingen binnen van omwonenden dat [gedaagde] en de mensen die hij in zijn woning laat verblijven ernstige overlast veroorzaken. De overlast blijft niet beperkt binnen de woning, maar vindt ook plaats in de portiek en bij de algemene toegangsdeur. Buren voelen zich onder andere onveilig vanwege het verwarde gedrag van [gedaagde] en de personen die [gedaagde] in zijn woning laat verblijven. Woonin heeft er belang bij om de woning snel weer te kunnen verhuren aan een huurder die geen overlast veroorzaakt.
[gedaagde] moet de woning ontruimen
Het is voldoende aannemelijk dat een rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat [gedaagde] de woning moet verlaten. Woonin heeft er belang bij dat de overlast die [gedaagde] veroorzaakt stopt en de woning niet verder beschadigt. Daarom wordt de ontruimingsvordering van Woonin in deze kort geding procedure toegewezen. Dat betekent dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen. Hieronder wordt dit uitgelegd.
[gedaagde] is ernstig tekortgeschoten in zijn verplichtingen als huurder
[gedaagde] is op basis van de wet en de huurovereenkomst verplicht om zich als een goed huurder te gedragen. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst (in een bodemprocedure) alleen toe als de tekortkoming van [gedaagde] ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen en een ontruiming rechtvaardigt.
[gedaagde] heeft zich niet als een goed huurder gedragen. Sinds oktober 2025 krijgt Woonin meldingen van buren die overlast ervaren rondom de woning van [gedaagde] .
Hij laat mensen in de woning verblijven en slapen, zonder dat hij daarvoor toestemming heeft van Woonin. [gedaagde] houdt geen toezicht op de personen die in zijn woning verblijven, waardoor buren (waaronder kinderen) worden geconfronteerd met geluidsoverlast, (nachtelijk) aanbellen, geschreeuw, overlast door drugsgebruik en slapende personen in het trappenhuis. Daarnaast volgt uit de meldingen in het dossier dat buren zich onveilig voelen door de overlast. Daarbij komt dat de woning, het portiek en de berging ernstig vervuild zijn door [gedaagde] en/of de mensen die in zijn woning verblijven en dit zorgt voor stankoverlast. Verder is het slot van de voordeur al meerdere keren door Woonin vervangen omdat [gedaagde] zijn huissleutel aan andere mensen had gegeven. De gemachtigde van [gedaagde] heeft de gestelde overlast niet betwist.
Uit wat de zus en gemachtigde van [gedaagde] op de zitting van 30 juli 2026 toelichtten leek te volgen dat de situatie van [gedaagde] aan het verbeteren was. [gedaagde] had in detentie gezeten en de reclassering had maatregelen getroffen. Na zijn vrijlating heeft [gedaagde] een gesprek met zijn familie gehad en beterschap beloofd. Volgens de zus had zij in die periode daarna regelmatig contact met [gedaagde] en zijn buren, ging zij regelmatig bij [gedaagde] langs en waren er geen nieuwe overlastmeldingen binnengekomen. Woonin heeft op de zitting betwist dat de overlast was verminderd, maar zij kon tegelijkertijd geen recentere klachten laten zien dan een stankoverlastklacht van 6 juli 2026. Omdat de situatie van [gedaagde] beheersbaar leek te worden en de laatste stand van zaken onduidelijk was, heeft de kantonrechter toen besloten om de zaak voor maximaal 3 maanden aan te houden. Dit gaf [gedaagde] de kans om concrete verbetering te laten zien en Woonin de kans om de situatie te blijven monitoren.
[gedaagde] heeft de aanhouding van de zaak niet benut om zijn situatie te stabiliseren, door bijvoorbeeld zijn woning op te ruimen en schoon te maken en geen mensen meer binnen te laten. De nieuwe meldingen, foto’s en filmpjes die Woonin heeft overgelegd bij haar verzoek tot voortzetting van de mondelinge behandeling laten eerder het tegendeel zien. Woonin heeft vanaf augustus 2026 verschillende nieuwe meldingen ontvangen van buren en professionele betrokkenen, die aansluiten bij het patroon van overlast dat Woonin in haar dagvaarding heeft beschreven.
In de recente meldingen van buren is te lezen dat [gedaagde] nog steeds overlastgevende personen binnenlaat in het flatgebouw en zijn woning en dat de buren (nog steeds) stankoverlast ervaren vanuit de woning van [gedaagde] . Uit de overgelegde meldingen uit het PGA-dossier (persoonsgebonden aanpak) blijkt dat (medewerkers van) Humanitas en Altrecht schrokken van de situatie toen zij bij [gedaagde] langsgingen. In die meldingen staat dat de woning bekend staat als drugspand en de medewerkers van Humanitas en Altrecht [gedaagde] in de woning aantroffen met minimaal 6 of 7 andere personen. Het was onbekend wie deze mensen waren en er leken minderjarigen tussen te zitten volgens de melders. De woning was één grote bende, overal lag viezigheid en rommel. Op de foto’s die Woonin als productie 20 heeft overgelegd is te zien dat de woning inderdaad heel erg vies, rommelig en beschadigd is door onder andere graffiti op de muren. Op de overgelegde filmpjes is te zien dat bij de woning van [gedaagde] sprake is van een voortdurende aanloop van mensen (met bepakking), ook midden in de nacht.
Het belang van Woonin weegt zwaarder dan dat van [gedaagde]
De kantonrechter moet rekening houden met alle belangen, waaronder het belang dat Woonin heeft dat de overlast stopt en het belang van [gedaagde] dat hij niet op straat komt te staan, met alle gevolgen van dien. De kantonrechter is van oordeel dat de overlast die [gedaagde] en zijn bezoekers veroorzaken zeer ernstig is. Ondanks dat de politie, gemeente en verschillende hulpverlenende instanties betrokken zijn bij [gedaagde] , lukt het hem niet om het in en rond zijn woning rustig te houden. Woonin heeft richting haar andere huurders (de buren van [gedaagde] ) de verplichting om te zorgen dat zij rustig kunnen wonen. Hierdoor weegt naar het oordeel van de kantonrechter het belang van Woonin om te zorgen dat haar andere huurders veilig en rustig kunnen wonen, zwaarder dan het woonbelang van [gedaagde] . Dit belang is ook spoedeisend omdat de woning inmiddels bekend staat als drugspand en het steeds moeilijker zal worden aanloop in te dammen naar mate de situatie langer voortduurt.
De ontruimingstermijn is veertien dagen
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. Woonin heeft een ontruimingstermijn van 3 dagen gevorderd, maar de kantonrechter is van oordeel dat veertien dagen een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
[gedaagde] moet de proceskosten van Woonin betalen
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
153,02 |
|
|
- griffierecht |
€ |
139,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
577,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
108,50 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
977,52 |
Uitvoerbaar bij voorraad
De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat Woonin het vonnis direct kan (laten) uitvoeren, als [gedaagde] niet aan het vonnis (waaronder de veroordeling tot ontruiming) voldoet. [gedaagde] kan dus niet wachten met voldoen aan het vonnis in de periode dat tegen het vonnis nog hoger beroep mogelijk is of als hij hoger beroep heeft ingesteld en nog niet op dat hoger beroep is beslist. Het uitgangspunt is dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als de belangen van [gedaagde] om de uitkomst van een eventueel hoger beroep af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van Woonin om direct over te kunnen gaan tot uitvoering van het vonnis. De belangen die hierbij worden meegewogen, zijn genoemd onder 3.9 (en eventueel nog andere belangen). De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval de belangen van Woonin zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde] . Daarom zal het vonnis volgens het uitgangspunt uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] ( [postcode] ) te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonin zijn, en de sleutels af te geven aan Woonin,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 977,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2026. |
||
61312