Materieel strafrecht
Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een hennepkwekerij. Betalingsverplichting…
Rechtbank Midden-Nederland, 6 augustus 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:6487 · Rechtbank Midden-Nederland · 6 augustus 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2015-6487
Zaakgegevens
Op 6 augustus 2015 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2015
- Datum publicatie
- 2 september 2015
- Zaaknummer
- 16/662052-14 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2015:6487
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een hennepkwekerij. Betalingsverplichting vastgesteld op € 21.581,86
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/662052-14 (ontneming)
Vonnis van de rechtbank van 6 augustus 2015
in de ontnemingszaak tegen
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1959] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] .
1 Deprocedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/662052-14, waaruit blijkt dat veroordeelde op
6 augustus 2015 door deze rechtbank is veroordeeld onder andere voor
Feit 1 primair: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet
gegeven verbod,
tot de in die uitspraak vermelde straf;
- het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 25 november 2013 (pagina’s 81 tot en met 91 van het proces-verbaal met nummer PL0920-2013153837);
- de vordering van de officier van justitie strekkende tot vaststelling van het genoten wederrechtelijk voordeel met veroordeling van veroordeelde tot betaling daarvan aan de Staat tot een bedrag van € 43.163,72;
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 23 juli 2015;
- de overige stukken.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting zijn de officier van justitie en de veroordeelde gehoord.
2 De beoordeling
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zijn vordering ter terechtzitting gehandhaafd. De officier van justitie verwijst voor de voordeelsberekening naar de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in het rapport van 25 november 2013.
Het standpunt van de verdediging
De verdachte heeft aangevoerd dat hij schulden had bij de personen die de hennepkwekerij in zijn woning hebben opgezet en de illegale elektriciteitsvoorziening hebben aangelegd. Er is door deze personen één keer geoogst. Er is toen geld van zijn schuld afgetrokken, maar veroordeelde heeft zelf niets gekregen van de opbrengst van de oogst.
Het oordeel van de rechtbank
Het uitgangspunt van deze berekening is het hiervoor genoemde vonnis van deze rechtbank van 6 augustus 2015. Veroordeelde is in dit vonnis veroordeeld voor – voor zover relevant en kort gezegd -:
het telen van hennep op 3 september 2013.
De rechtbank ontleent aan de inhoud van de bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde door dit handelen een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.
De berekening
Periode
De ontnemingsperiode is van 29 januari 2013 tot 3 september 2013. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij is daarom gebaseerd op twee volledige oogsten. Het aantal vermelde eerdere oogsten is vastgesteld op basis van ingesteld onderzoek, waarbij de volgende aanwijzingen bleken: hennepresten, kalkafzetting, stof op koolstoffilters, stof en vervuiling op voorwerpen, droogrekken, verpakkingsmaterialen, kweektent, aangetroffen groeimiddelen en watervoorziening.
Wederrechtelijk verkregen voordeel
In de kwekerij stonden minimaal 223 hennepplanten. De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel van het rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (hierna: BOOM) minimaal 32,2 gram.
De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt 223 planten x 32,2 gram = 7281,60 kilogram, afgerond ten gunste van verdachte 7 kilogram.
Volgens het rapport BOOM bedraagt de verkoopprijs van hennep minimaal € 3.280,- per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 7 kilogram x € 3.280,- =
€ 22.960,-.
Kostenberekening
De verdachte betrok elektriciteit op illegale wijze en door Stedin werd hiervan aangifte gedaan. Omdat onbekend is of de verdachte de door Stedin in rekening gebrachte kosten op het moment van sluiten van dit rapport heeft voldaan, zijn geen kosten voor elektriciteit op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering gebracht.
De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van het BOOM als volgt:
Hennepstekken: 223 planten per oogst x € 2,85 = € 635,55
Variabele kosten: 223 planten per oogst x € 3,33 = € 742,59
---------------
Totaal aan kosten: € 1378,14
Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
Bruto opbrengst 2 oogsten x € 22.960,- = € 45.920,-
Totale kosten 2 oogsten x € 1.378,14 = € -/- 2.756,28
----------------
Wederrechtelijk verkregen voordeel € 43.163,72
Wederrechtelijk verkregen voordeel en betalingsverplichting
Op grond van het vorenstaande wordt vastgesteld dat [veroordeelde] een wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gekregen van € 43.163,72. Hoewel hiervoor geen bewijs aanwezig is, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat veroordeelde dit voordeel alleen heeft genoten, gelet op het dossier en het verhandelde ter terechtzitting. De betalingsverplichting wordt daarom vastgesteld op de helft van het wederrechtelijk verkregen voordeel, te weten
€ 21.581,86.
3 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
4 De beslissing
De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
€ 43.163,72;
- legt aan [veroordeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 21.581,86 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mrs. G. Perrick en R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. van Elk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 augustus 2015.