Strafprocesrecht
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling. De…
Rechtbank Midden-Nederland, 31 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4941 · Rechtbank Midden-Nederland · 31 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2026-4941
Zaakgegevens
Op 31 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 31 juli 2026
- Datum publicatie
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- 16/367015-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4941
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling. De verdachte en de twee medeverdachten hebben het slachtoffer, terwijl hij buiten lag te slapen bij de (nacht)opvang voor daklozen, meermalen op het hoofd en lichaam geslagen met een stok en een voorwerp en zij hebben het slachtoffer meermalen geschopt. De verdachte had een onbekend gebleven voorwerp in zijn hand en heeft het slachtoffer achttien keer geslagen en/of geschopt. Na de geweldsexplosie lopen de drie verdachten weg en laten het slachtoffer, hevig bloedend, in hulpeloze toestand achter. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met bijzondere voorwaarden.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/367015-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 31 juli 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] in [plaats] ,
nu verblijvende op de [adres 2] , [postcode] [plaats] (Leger des Heils),
hierna: de verdachte.
1 Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 17 juli 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
-
de verdachte;
-
de officier van justitie: mr. M.J. van Aalderen;
-
de advocaat van de verdachte: mr. K.W. van Nieuwkerk (hierna: de advocaat).
2 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
primair: op 17 juli 2024 in Utrecht samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer]
opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade van het leven te beroven, door hem meerdere keren met een stok en/of metalen voorwerp op het hoofd en/of lichaam te slaan en meerdere keren tegen het hoofd en/of lichaam te slaan en schoppen;
subsidiair: ten laste gelegd als zware mishandeling;
meer subsidiair: ten laste gelegd als poging tot zware mishandeling.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3 Bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het meer subsidiaire feit (poging tot zware mishandeling) heeft gepleegd.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primaire feit (poging tot moord/doodslag) en het subsidiaire feit (zware mishandeling).
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het primaire feit (poging tot moord/doodslag) en het subsidiaire feit (zware mishandeling).
De advocaat voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van het meer subsidiaire feit (poging tot zware mishandeling).
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De rechtbank oordeelt dat het primaire feit (poging tot moord/doodslag) en het subsidiaire feit (zware mishandeling) niet zijn bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De officier van justitie en de verdediging komen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het meer subsidiaire feit (poging tot zware mishandeling) feit is bewezen. De verdachte bekent dat hij het feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
-
de verklaring van de verdachte op de zitting van 17 juli 2026;
-
het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de beschrijving van de camerabeelden;
- de medische informatie over het slachtoffer, opgesteld door de spoedeisendehulparts.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
meer subsidiair
op 17 juli 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- meermalen met een stok en/of een voorwerp heeft geslagen op het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en
- meermalen heeft geslagen en/of geschopt tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van een poging tot zware mishandeling.
Strafbaarheid feit en de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
5 Straf
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan een gedeelte van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.
Standpunt van de verdediging
De advocaat voert aan dat in de strafmaat rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat de persoonlijkheidsproblematiek en het ontbreken van de juiste medicatie invloed hebben gehad op het handelen van de verdachte ten tijde van het incident. Ook wijst de advocaat erop dat het incident al twee jaar geleden is en dat de verdachte na het incident vrijwillig hulp heeft gezocht. De verdachte loopt nu in een maatschappelijk traject, hij heeft dagbesteding, een plek bij de dag- en nachtopvang en staat op de wachtlijst voor behandeling en een vaste woonplek. Een (langdurige) onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal de vooruitgang van de verdachte belemmeren en mogelijk het risico op herhaling verhogen.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. De verdachte en de medeverdachten hebben het slachtoffer omsingeld, terwijl hij in een hoekje lag te slapen. De verdachte had een capuchon op en een van de medeverdachten droeg gezichtsbedekkende kleding. Zij hadden een stok en een onbekend gebleven voorwerp mee als wapens. Op de beelden is te zien dat de verdachte en een van de medeverdachten direct nadat zij aan komen lopen grof geweld uitoefenen op het slapende slachtoffer. De verdachte en een van de medeverdachten halen met kracht uit met de stok en het voorwerp richting het hoofd en het lichaam van het slachtoffer. Op de beelden is te zien dat de verdachte het slachtoffer ongeveer achttien keer slaat en/of schopt. Na deze geweldsexplosie lopen de drie verdachten weg en laten het slachtoffer, hevig bloedend, in hulpeloze toestand achter. De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van de verdachte van 8 april 2026. Daaruit blijkt dat de verdachte eerder voor een geweldsfeit, te weten mishandeling, is veroordeeld. Vanwege de ouderdom van de pleegdatum van dit feit, weegt de rechtbank dit niet in strafverzwarende zin mee.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies van Inforsa van 26 maart 2026. Uit dit advies volgt dat de verdachte psychische problemen heeft waarvoor hij zorg ontvangt en medicatie gebruikt. Ook is er sprake van middelengebruik. Het psychosociaal functioneren, de houding en het sociale netwerk van de verdachte zijn de belangrijkste delictgerelateerde factoren. Ook is er instabiliteit op meerdere leefgebieden. De reclassering ziet risico’s op recidive en is hulp en begeleiding noodzakelijk om gedragsverandering en/of risicoverlaging te kunnen bereiken. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.
Op de zitting heeft de verdachte naar voren gebracht dat het nu beter met hem gaat. Hij heeft een woonplek en heeft in een vrijwillig kader hulp gezocht voor zijn verslavingsproblematiek, trauma’s en emotieregulatie. Hij is bereid mee te werken aan bijzondere voorwaarden.
Strafkader
Gelet op de aard en de ernst van het feit, kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan een gevangenisstraf. In strafverzwarende zin weegt de rechtbank de intensiteit van het geweld en de kwetsbaarheid van het slachtoffer mee. Het is geenszins aan de verdachte te danken dat er geen zwaar lichamelijk letsel is ingetreden. De rechtbank weegt ook mee dat de verdachte, hoewel hij op de zitting heeft verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling en dat hij daarvan spijt heeft, geen openheid heeft gegeven over het planmatige karakter van zijn handelen en het wapen dat hij bij zich droeg. De rechtbank houdt in strafverminderende zin rekening met het tijdsverloop.
Het is positief dat de verdachte in een vrijwillig kader hulp heeft gezocht voor traumabehandeling, verslavingsproblematiek en emotieregulatie. De aard en de ernst van het feit, te weten een geweldsexplosie van drie verdachten tegen een weerloze, slapende man, bieden echter geen ruimte om naast de strafdoelen van vergelding en algemene preventie de persoonlijke omstandigheden en de belangen van de verdachte in strafverminderende zin mee te wegen. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte geven de rechtbank dan ook geen aanleiding tot een lichtere straf of andere strafmodaliteit. De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf de strafdoelen van vergelding en algemene preventie op de voorgrond laten staan, ook om te benadrukken dat het handelen van de verdachte absoluut onaanvaardbaar is en ter bescherming van de maatschappij. De rechtbank volgt het standpunt van de verdediging over de strafmaat daarom niet.
Met het oog op het strafdoel speciale preventie vindt de rechtbank het belangrijk dat de verdachte, nadat hij in de gevangenis heeft gezeten, de benodigde hulp, behandeling en begeleiding krijgt. Uit het reclasseringsadvies volgt dat dit noodzakelijk zal zijn om gedragsverandering en/of risicoverlaging te kunnen bereiken. Daarom legt de rechtbank een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op en aan het voorwaardelijk strafdeel worden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbonden.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf op van 10 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals hierna omschreven in de beslissing.
6 Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.
7 De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart het primaire feit en het subsidiaire feit niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
-
verklaart bewezen dat de verdachte het meer subsidiaire feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
-
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
-
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden;
-
bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
-
bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
-
stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;
- als algemene voorwaarden gelden dat de verdachte:
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- als bijzondere voorwaarden gelden dat de verdachte gedurende de proeftijd:
- zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij reclassering Inforsa op het adres Wittevrouwenkade 6 te Utrecht;
- zich laat behandelen door Inforsa Forensische Ambulante zorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zo lang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, schuldenproblematiek, woonproblematiek en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat betrokkene voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van betrokkene dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/ observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat betrokkene zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met het slachtoffer [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1971. De politie ziet toe op dit contactverbod;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met de medeverdachten, te weten [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] 1984 en [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] 1987. De politie ziet toe op dit contactverbod;
- meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in
de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/ speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden, met uitzondering van de contactverboden, en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mr. K. de Meulder en mr. S.D. Groen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 17 juli 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven
- meermalen, althans eenmaal met een stok en/of een metalen voorwerp heeft geslagen op het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- meermalen, althans eenmaal heeft geslagen en/of geschopt tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 juli 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een hersenschudding en/of hoofdletsel en/of blijvende littekens aan het hoofd, heeft toegebracht, door
- meermalen, althans eenmaal met een stok en/of een metalen voorwerp op het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of
- meermalen, althans eenmaal te slaan en/of schoppen tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] ;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 juli 2024 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- meermalen, althans eenmaal met een stok en/of een metalen voorwerp heeft geslagen op het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- meermalen, althans eenmaal heeft geslagen en/of geschopt tegen het hoofd en/of andere delen van het lichaam van die [slachtoffer] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.