Belastingrecht
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechtbank Noord-Holland, 11 december 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:10131 · Rechtbank Noord-Holland · 11 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2020-10131
Zaakgegevens
Op 11 december 2020 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 11 december 2020
- Datum publicatie
- 3 december 2020
- Zaaknummer
- AWB - 20 _ 4063
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2020:10131
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 20/4063 tot en met HAA 20/4066
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020 in de zaken tussen
[X] , te [Z] , eiser
(gemachtigde: R, Chanhih),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft op 16 juli 2020 digitaal beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar van verweerder van 8 juni 2020 inzake de navorderingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2014 tot en met 2017.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. De rechtbank is van oordeel dat de vereisten van een behoorlijk proces niet nopen tot een behandeling ter zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in de beroepschriften. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 25 augustus 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 26 augustus 2020 is bezorgd en dat is getekend voor ontvangst.
4. Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend.
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
6. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim griffier. Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.