Belastingrecht
Rechtbank kennelijk onbevoegd.
Rechtbank Noord-Holland, 5 oktober 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:7580 · Rechtbank Noord-Holland · 5 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2020-7580
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2020 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2020
- Datum publicatie
- 28 september 2020
- Zaaknummer
- AWB - 20 _ 1905
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2020:7580
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rechtbank kennelijk onbevoegd.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/1905
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2020 in de zaak tussen
[X] , te [Z] , eiseres,
en
de ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft bij brief van 12 maart 2020, ter griffie ontvangen op 18 maart 2020, beroep ingesteld tegen de beslissing van verweerder inzake de verjaring van het recht op invordering van de aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2015 met aanslagnummer [#] .
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat zij kennelijk onbevoegd is dan wel het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. In de artikelen 8:3 tot en met 8:6 van de Awb is geregeld waartegen geen beroep bij de bestuursrechter ingesteld kan worden. In artikel 8:5, tweede lid, van de Awb is bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit waartegen administratief beroep openstond of nog openstaat.
3. De rechtbank overweegt dat tegen de beslissing van de ontvanger ingevolge artikel 8:5, eerste lid, in samenhang met artikel 1 van de bij de Awb behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, geen beroep bij de bestuursrechter openstaat. Zoals de ontvanger ook heeft aangegeven in zijn beslissing, kan eiser in verzet bij de burgerlijke rechter indien hij het niet eens is met de beoordeling.
4. De bestuursrechter is kennelijk onbevoegd om over het beroep te oordelen.
5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.