Belastingrecht
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechtbank Noord-Holland, 6 november 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:8883 · Rechtbank Noord-Holland · 6 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2020-8883
Zaakgegevens
Op 6 november 2020 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 6 november 2020
- Datum publicatie
- 2 november 2020
- Zaaknummer
- AWB - 20 _ 3236
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2020:8883
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/3236
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2020 in de zaak tussen
[X 1] h.o.d.n. [X 2] ., eiseres
(gemachtigde: mr. J.L.M. Arets),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, Douane Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Eiseres heeft bij brief van 5 juni 2020 tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 28 april 2020 inzake de afwijzende beschikking op haar verzoek om teruggaaf met vorderingsnummer [#] , beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift.
3. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 2 juli 2020 verzocht om binnen vier weken deze verzuimen te herstellen. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd met de mededeling “postbus opgeheven”. Vervolgens heeft de rechtbank deze brief naar het door eiseres opgegeven postadres toegezonden.
4. Bij brief van 10 juli 2020 heeft eiseres verzocht uitstel te verlenen voor het indienen van de verzuimen. Dit verzoek is toegewezen. Eiseres diende binnen vier weken na 14 juli 2020 de verzuimen te hebben hersteld. Eiseres heeft binnen die termijn niet gereageerd.
5. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2020.
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.