Socialezekerheidsrecht
Wlz. Afwijzing zorgovereenkomst. Ontbreken spoedeisend belang. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Rechtbank Noord-Holland, 9 maart 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:3206 · Rechtbank Noord-Holland · 9 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbnho-2023-3206
Zaakgegevens
Op 9 maart 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 9 maart 2023
- Datum publicatie
- 7 april 2023
- Zaaknummer
- 23/556 en 23/557
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:3206
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wlz. Afwijzing zorgovereenkomst. Ontbreken spoedeisend belang. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 23/556 en 23/557
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 maart 2023 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),
en
Zilveren Kruis Zorgkantoor
(gemachtigde: mr. S. Gezer).
Zitting
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de voorzieningenrechter hierna onder de beslissing.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Inleiding
Met het besluit van 27 januari 2023 (het primaire besluit I) heeft Zilveren Kruis Zorgkantoor de zorgovereenkomst met zorgverlener Siffa B.V. die door verzoekster is overgelegd afgewezen. Met het besluit van 31 januari 2023 (primaire besluit II) is de herhaalde aanvraag afgewezen.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. De voorzieningenrechter ziet in wat verzoekster heeft aangevoerd geen zodanig spoedeisend belang dat de uitspraak in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
3. Uit de e-mail van 6 maart 2023 vanuit gemachtigde van verzoekster, waarin is vermeld dat “Als u op basis van de nieuwe overeenkomst kunt gaan uitbetalen, dan is het acute probleem van cliënte opgelost”, blijkt dat het gaat om een financieel geschil. Bovendien blijkt uit de e-mail van de zorgaanbieder van 8 maart 2023, waarin staat vermeld: “Hierdoor leveren wij vanaf 1 maart nog steeds persoonlijke verzorging en ambulante begeleiding”, dat de zorg – ondanks de opzegging van de zorgaanbieder – nog wordt geleverd aan verzoekster.
Daarnaast staat op korte termijn een hoorzitting gepland voor de behandeling van het bezwaarschrift. Ten slotte heeft verweerder in het verweerschrift uitdrukkelijk aangegeven dat verzoekster een lopende Wet langdurige zorg (Wlz)-indicatie heeft en het recht op zorg door de afwijzing van de zorgovereenkomst niet komt te vervallen. Verzoekster kan Zorg in Natura kan ontvangen en het zorgkantoor is te allen tijde bereid daarin te bemiddelen. Verzoekster hoeft derhalve niet verstoken te blijven van noodzakelijke zorg.
4. De voorzieningenrechter is ook niet gebleken van een evident onrechtmatig besluit. Verweerder heeft de plicht om op grond van het bepaalde in artikel 5.16 van de Regeling langdurige zorg de zorgovereenkomst vooraf goed te keuren. Verweerder heeft bij e-mail van 1 maart 2023 uitvoerig gemotiveerd waarom niet tot goedkeuring van de zorgovereenkomst kan worden overgegaan. Van een evident onrechtmatig besluit is de voorzieningenrechter dan ook niet gebleken.
5. De conclusie is dat er geen enkel spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Er is geen aanleiding voor een proceskosten veroordeling.
Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2023 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.E. Kleijn, griffier.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: