Arbeidsrecht

Eindvonnis na akten. De kantonrechter acht in voldoende mate bewezen dat de werkgever de eindafrekening en…

Rechtbank Noord-Holland, 21 mei 2024

Zaakgegevens

Op 21 mei 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
21 mei 2024
Datum publicatie
24 mei 2024
Zaaknummer
10910066 \ AO VERZ 24-10
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:5142
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eindvonnis na akten. De kantonrechter acht in voldoende mate bewezen dat de werkgever de eindafrekening en het salaris van oktober 2023 contant aan de werknemer heeft voldaan. De verzoeken van de werknemer worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 10910066 \ AO VERZ 24-10

Uitspraakdatum: 21 mei 2024 (bij vervroeging)

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoeker] ,

te [plaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. T. Koenders

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Multiservice IJmond B.V.,

te Uitgeest

verwerende partij

verder te noemen: Multiservice IJmond

gemachtigde: mr. O. Saaliti

De zaak in het kort

Eindvonnis na akten. De kantonrechter acht in voldoende mate bewezen dat de werkgever de eindafrekening en het salaris van oktober 2023 contant aan de werknemer heeft voldaan. De verzoeken van de werknemer worden afgewezen.

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Bij tussenbeschikking van 3 april 2024 (hierna: de tussenbeschikking) heeft de kantonrechter Multiservice IJmond toegelaten tot bewijslevering van haar stelling dat zij de eindafrekening en het salaris van oktober 2023 contant aan [verzoeker] heeft betaald.

1.2.

Op 26 april 2024 heeft Multiservice IJmond een akte genomen, waarbij zij producties 5 en 6 heeft overgelegd. Hierop heeft [verzoeker] bij akte van 3 mei 2024 gereageerd.

2 De verdere beoordeling

Het bewijs is geleverd

2.1.

Gelet op alle feiten en omstandigheden acht de kantonrechter in voldoende mate bewezen dat Multiservice IJmond de gestelde contante betaling aan [verzoeker] heeft voldaan. Daartoe wordt als volgt overwogen.

2.2.

Multiservice IJmond heeft als productie 5 een overzicht verstrekt van het kasboek van december 2023 (uit het boekhoudprogramma genaamd ‘CASH’). In dit programma is te zien wat er in de kas van Multiservice IJmond zit en wat er in een bepaalde maand uitgaat. Uit het overzicht blijkt dat Multiservice IJmond in december 2023 voldoende (contant) geld in de kluis had om [verzoeker] te betalen. Op het overzicht staat een afdracht ter hoogte van € 5.746,30 met als omschrijving ‘Afrekening [verzoeker]’. Als productie 6 heeft Multiservice IJmond een overzicht overgelegd van de aangifte loonheffingen van de maand oktober 2023. Daaruit volgt dat er loonheffing is betaald over het loon van [verzoeker] over oktober 2023.

2.3.

[verzoeker] betwist niet dat uit productie 5 volgt dat het netto loon van [verzoeker] boekhoud- kundig is verwerkt en dat uit productie 6 blijkt dat Multiservice IJmond de gestelde loonheffing heeft betaald, maar dit betekent volgens [verzoeker] nog niet dat hij de betaling (ook) contant heeft ontvangen. Alhoewel [verzoeker] hierin strikt genomen gelijk heeft, houdt de kantonrechter het er toch voor dat Multiservice IJmond met de overgelegde aanvullende producties in voldoende mate heeft bewezen dat de gestelde contante betaling van € 5.746,30 aan [verzoeker] is voldaan. De boekhoudkundige verwerking van het bedrag ter hoogte van de eindafrekening en illustratie van betaling van de loonheffing in samenhang met de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op de zitting van 13 maart 2024 over de aan [verzoeker] overhandigde enveloppe op 1 december 2023 én het feit dat partijen op 26 oktober 2023 per WhatsApp met elkaar hebben gecommuniceerd over de vraag of [verzoeker] een betaling contant of per bankbetaling wilde ontvangen, leiden tot die conclusie.

2.4.

Het voorgaande heeft tot gevolg dat (ook) het meer subsidiaire verzoek van [verzoeker] en zijn verzoek tot veroordeling van Multiservice IJmond tot betaling van het salaris over oktober 2023 zullen worden afgewezen.

2.5.

De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker], omdat hij ongelijk krijgt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst (ook) de (overige) verzoeken van [verzoeker] af;

3.2.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Multiservice IJmond tot en met vandaag vaststelt op € 814,00 aan salaris voor de gemachtigde van Multiservice IJmond;

3.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter