Civiel recht overig
Afwijzing vergoeding voor extra uren bewindvoerder.
Rechtbank Noord-Holland, 12 mei 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:4086 · Rechtbank Noord-Holland · 12 mei 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbnho-2016-4086
Zaakgegevens
Op 12 mei 2016 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 12 mei 2016
- Datum publicatie
- 18 mei 2016
- Zaaknummer
- 4916502 BZ 16-3154 / 4916503 BZ 16-3155
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2016:4086
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing vergoeding voor extra uren bewindvoerder.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Alkmaar
Zaaknummers: 4916502 BZ 16-3154
4916503 BZ-16-3155 jb
uitspraakdatum: 12 mei 2016
Beschikking
Op het verzoek van:
M. Schats, h.o.d.n. De Sociale Bewindvoerder,
correspondentieadres: Postbus 118, 1800 AC Alkmaar ,
als bewindvoerder over de goederen van hierna genoemde rechthebbenden:
[A], geboren te [plaats] op [datum] en
[B], geboren te [plaats] op [datum 2] , echtelieden,
beiden wonende te [adres] .
procedure
Op 16 maart 2016 is een verzoek ontvangen van de bewindvoerder waarin zij verzoekt om toekenning van 10 extra uren.
beoordeling
De bewindvoerder heeft haar verzoek gedaan omdat de uitkerende instantie Haltewerk te Alkmaar bij de toekenning van de bijzondere bijstand een draagkrachtberekening heeft gehanteerd, waarbij geen rekening wordt gehouden met beslagen en het feit dat er geen vakantiegeld wordt uitbetaald. Op grond hiervan is een bedrag van € 859,92 in mindering gebracht op het instaptarief en wordt maandelijks een bedrag van € 8,81 in mindering gebracht op de bewindvoerderskosten. Dit betekent onder meer dat rechthebbenden de instapkosten van de bewindvoerder zelf dienen te dragen. Reden voor het hanteren van deze draagkrachtberekening zou zijn dat rechthebbenden niet bekend zijn bij schuldhulp van de gemeente. De bewindvoerder wijst er echter op dat zij pas schuldhulp kan aanvragen als (onder meer) de BKR toets is gedaan en als van alle schuldeisers een brief is ontvangen dat er geen nieuwe schulden bij komen. Dit is bij rechthebbenden nog niet het geval, omdat nog niet alle schuldeisers hebben gereageerd, er nog dagelijks schulden binnen komen en de bankrekeningen leeg zijn. Het voorgaande brengt volgens de bewindvoerder mee dat zij haar eigen instaptarief als schuld moet opvoeren en zij daarvoor dus geen betaling zal gaan ontvangen. Dit kan volgens haar niet de bedoeling zijn. De enige oplossing is volgens de bewindvoerder het aanvragen van een machtiging voor de 10 extra uren, zodat de gemeente de bijzondere bijstand daarvoor alsnog zal toekennen.
De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek afgewezen moet worden om de volgende reden. Bij beschikking van 1 februari 2016 heeft de kantonrechter het instaptarief van de bewindvoerder vastgesteld op € 623,30 (ex btw). Het onderhavige verzoek is gedaan omdat de gemeente voor dit instaptarief geen bijzondere bijstand heeft toegekend. Het verzoek houdt geen verband met de omstandigheid dat door de bewindvoerder extra werkzaamheden zijn verricht, waarvoor (in uitzonderlijke omstandigheden) op grond van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren een extra beloning kan worden toegekend. De kantonrechter kan geen beloning toewijzen voor extra uren als die niet zijn gemaakt. De bewindvoerder dient in plaats daarvan op te komen tegen het besluit van de uitkerende instantie om een bedrag in mindering te brengen op de bijzondere bijstand, indien zij van mening is dat de gehanteerde draagkrachtberekening niet juist is of deze ten onrechte wordt toegepast.
beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. L. Boonstra, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter