Civiel recht overig
Erfrecht. Toepassing Nederlands recht.
Rechtbank Noord-Holland, 28 maart 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:6128 · Rechtbank Noord-Holland · 28 maart 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbnho-2017-6128
Zaakgegevens
Op 28 maart 2017 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 28 maart 2017
- Datum publicatie
- 20 juli 2017
- Zaaknummer
- 5577701
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2017:6128
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Erfrecht. Toepassing Nederlands recht.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton – locatie Haarlem
zaaknr.: 5577701 \ EJ VERZ 16-467
datum uitspraak: 28 maart 2017
Beschikking in het verzoek van:
[verzoeker]
wonende te [plaats in Nederland] ,
hierna [verzoeker] te noemen
gemachtigde: W.M.J. van de Groenekan-Bouwman
1 De procedure
Op 9 december 2016 is ter griffie het verzoek ontvangen van [verzoeker] .
Op 28 februari 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat [verzoeker] ter toelichting naar voren heeft gebracht.
2 De feiten
[overledene] , geboren op [geboortedatum] is op [overlijdensdatum] overleden. De laatste woonplaats van de overledene was [plaats in Nederland] .
De overleden heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt. De erfgenamen zijn [verzoeker] en hun minderjarige dochter [minderjarige] , verder te noemen: [minderjarige] .
3 Het verzoek
Na het verzoek ter zitting aangevuld te hebben, verzoekt [verzoeker] dat de kantonrechter bepaalt:
primair dat op de vereffening van de nalatenschap het Nederlandse recht van toepassing is; en
subsidiair dat het geldbedrag dat [minderjarige] erft niet op een BEM gestort hoeft te worden, maar geïnvesteerd mag worden en dat de helft van de netto opbrengst van de verkoop van het Franse vakantiehuis dat in de nalatenschap valt aan [verzoeker] toekomt, waarna [minderjarige] een vordering op [verzoeker] zal krijgen van € 43.875,00.
4 De beoordeling
Gelet op artikel 10:149 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt in het onderhavige geval de wijze waarop de verdeling van de nalatenschap tot stand wordt gebracht door het Nederlandse recht beheerst. Dit is ook in overeenstemming met de (niet gedocumenteerde) wens van de erflater en de wens van [minderjarige] . Ook komt dit overeen met de thans geldende Europese verordening inzake internationaal erfrecht. Het primaire verzoek zal dan ook worden toegewezen.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat, nu het Nederlandse recht van toepassing is, op grond van artikel 4:13 BW en verder de omvang van vordering van [minderjarige] op [verzoeker] vastgesteld dient te worden.
5 Beslissing
De kantonrechter:
verklaart het Nederlandse recht van toepassing op de verdeling van de nalatenschap van [overledene] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
en wijst het verzoek voor het overige af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.