Civiel recht overig
Vervolg op de beschikking van 10 februari 2026. Benoeming deskundige.
Rechtbank Noord-Holland, 22 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:6979 · Rechtbank Noord-Holland · 22 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbnho-2026-6979
Zaakgegevens
Op 22 april 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 22 april 2026
- Datum publicatie
- 12 juni 2026
- Zaaknummer
- C/15/370788
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.L Dingemans, mr. M van Nee, mr. B.J.P Komen, mr. P.E Bloemendal, mr. D.M Schouten-Hennen
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:6979
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolg op de beschikking van 10 februari 2026. Benoeming deskundige.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/370788 / HA RK 25-158
Beschikking van 22 april 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. M.L. Dingemans,
tegen
1 INTERHIVA B.V.,
te Barneveld,
hierna te noemen: Interhiva,
advocaat: mr. M. van Nee,
2. BOUWBEDRIJF BAKKUM B.V.,
te Limmen,
hierna te noemen: Bouwbedrijf Bakkum
advocaat: mr. B.J.P. Komen,
3. GP GROOT INFRA B.V.,
te Alkmaar,
hierna te noemen: GP Groot,
zonder advocaat,
4. HIS HOLDING B.V. H.O.D.N. DEKKER BOUWBEGELEIDING,
te Heemskerk,
hierna te noemen: Dekker Bouwbegeleiding
advocaat: mr. P.E. Bloemendal,
5. PAGTER BOUWCONSTRUCTIES B.V.,
te Grolloo,
hierna te noemen: Pagter,
niet verschenen,
6. [verweerder sub 6],
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verweerder sub 6] ,
advocaat: mr. D.M. Schouten-Hennen,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: verwerende partijen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de beschikking van 10 februari 2026;
-
de akte uitlating over de kostenbegroting van de deskundige van Interhiva;
-
de akte uitlating over de kostenbegroting van de deskundige van Dekker Bouwbegeleiding;
-
de akte uitlating over de kostenbegroting van de deskundige van [verweerder sub 6] ;
-
de toelichting van de te benoemen deskundige ir. G.W.N. Jol MSc (hierna: Jol);
-
de reactie op de toelichting van de deskundige van Interhiva;
-
de reactie op de toelichting van de deskundige van Dekker Bouwbegeleiding;
-
de reactie op de toelichting van de deskundige van [verweerder sub 6] .
De beschikking is bepaald op vandaag.
2 De beoordeling
In de beschikking van 10 februari 2026 heeft de rechtbank bepaald dat Jol als deskundige zal worden benoemd. Naar aanleiding van de beschikking hebben partijen de gelegenheid gekregen zich uit te laten over de door Jol opgestelde kostenindicatie. Uit de reacties van partijen bleek dat er met name over de omvang van de geschatte tijdsbesteding – en de daarmee samenhangende kosten - onduidelijkheden bestonden.
Naar aanleiding van de opmerkingen van partijen heeft Jol zijn kostenindicatie bij bericht van 17 maart 2026 nader toegelicht. Partijen hebben de gelegenheid gekregen zich over de toelichting door de deskundige uit te laten. Uit de reacties van partijen begrijpt de rechtbank dat zij de door de deskundige geschatte kosten aan de hoge kant vinden.
De rechtbank stelt voorop dat Jol een ervaren deskundige is die al vaker als gerechtelijk deskundige heeft opgetreden. Jol heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende toegelicht hoe hij tot de geschatte kostenopgave is gekomen. Jol geeft daarbij aan dat het gaat om een onderzoek dat zich uitstrekt over meerdere vakgebieden, dat met een aanzienlijk aantal partijen gecommuniceerd dient te worden en dat er nog een aanzienlijke hoeveelheid informatie verzameld en bestudeerd dient te worden. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de reacties van partijen geen grond op basis waarvan de rechtbank het te betalen voorschot zal matigen.
De rechtbank zal bij het vaststellen van het voorschot daarom uitgaan van het oorspronkelijk door de deskundige genoemde bedrag van € 24.012,45 (bij een tijdsbesteding van 105 uur). Overeenkomstig hetgeen de rechtbank in de beschikking van 10 februari 2026 heeft overwogen, zal in de beslissing worden bepaald dat Interhiva het voorschot dient te betalen.
Aan Jol zullen de in de beslissing vermelde vragen worden gesteld.
3 De beslissing
De rechtbank
beveelt een voorlopig onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
-
Wat is de algehele staat van het zwembad op dit moment?
-
Wat is de technische staat van het zwembad op dit moment, inclusief de kwaliteit van het high-tec Polymeer (kunsstof)?
-
Is sprake van een gebrek aan het zwembad, zo ja hoe kwalificeert u dit?
-
Welke gebreken zijn er aan het zwembad (volledige inspectie)?
-
Wat is de oorzaak van het gebrek/de gebreken?
-
Op welk moment in het proces van het plaatsen en installeren van het zwembad zijn de gebreken ontstaan?
-
Als de oorzaak van het gebrek/de gebreken niet direct bij Interhiva ligt, had Interhiva naar uw mening dit kunnen voorkomen, e.e.a. moeten controleren c.q. hiervoor moeten waarschuwen?
-
Welke partij is verantwoordelijk voor de door u gevonden oorzaak van het gebrek?
-
Als meerdere partijen tekort zijn geschoten, wat is hun onderlinge aandeel/bijdrage aan het ontstaan van het gebrek?
-
Is herstel van het geconstateerde gebrek c.q. de geconstateerde gebreken mogelijk? Zo ja, kunt u de herstelwerkzaamheden c.q. maatregeln aangeven en de herstelkosten begroten en deze nader specificeren?
Zo nee, kunt u naast de kosten van het aanleggen van een nieuw zwembad aangeen welke andere kosten hiermee gemoeid zijn?
Is er sprake van gevolgschade als gevolg van het gebrek/de gebreken? Zo ja, welke, en op welke wijze, dient herstel van de schade plaats te vinden en wat zijn de herstelkosten?
Hoe verhoudt de koopprijs van het zwembad zich ten opzichte van de staat waarin het zwembad zich nu bevindt en waarin het zich bevond net na aankoop en installatie?
Wat zijn de risico’s voor gebruik van het zwembad?
Wat is een marktconforme koopprijs voor het zwembad in de staat waarin het zich nu bevindt (inclusief onderbouwing)? Wat is een marktconforme koopprijs voor het zwembad net na aankoop en installatie?
Wat is volgens u voor een goede beoordeling van de zaak verder nog van belang?
benoemt tot deskundige:
De heer ir. G.W.N. Jol MSc.
Bedrijfsnaam: EBMC Nederland BV
Telefoon: 0226-399320
E-mail: info@ebmcnederland.nl
Postadres: Stern 4
1721 DR Broek op Langedijk
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 24.012,45 (inclusief btw),
bepaalt dat Interhiva het voorschot moet overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
bepaalt dat [verzoeker] het volledige procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen, inclusief de contactgegevens van alle partijen,
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op https://www.rechtspraak.nl/),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Richtlijn voor gebruik van AI-toepassingen door gerechtelijk deskundigen (te raadplegen op www.lrgd.nl),
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk vijf maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in achtvoud op de griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toesturen, waarna partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. B. de Metz, rechter, bijgestaan door de griffier M. Bouwen en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.