Civiel recht overig
Verzoek op grond van art 195 Rv in een AVG-zaak. Het verzoek wordt aangehouden tot de behandeling in de…
Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:9870 · Rechtbank Noord-Holland · 8 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbnho-2026-9870
Zaakgegevens
Op 8 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 8 juli 2026
- Datum publicatie
- 4 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/15/376192/HA RK 26-58
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:9870
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek op grond van art 195 Rv in een AVG-zaak. Het verzoek wordt aangehouden tot de behandeling in de hoofdzaak gelet op de verwevenheid van het verzoek in incident met de hoofdzaak.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/376192 / HA RK 26-58
Beschikking van 8 juli 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
tegen
DE HUURWONINGBEMIDDELAAR DEN HELDER B.V.,
te Den Helder,
verwerende partij,
hierna te noemen: De Huurwoningbemiddelaar,
gemachtigde: D.H. Guldemond.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van de kantonrechter van 25 maart 2026 waarbij de kantonrechter deze zaak heeft verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank,
- de e-mail van De Huurwoningbemiddelaar van 19 juni 2026.
De beschikking in het incident is bepaald op vandaag.
2 Het incident en de beoordeling daarvan
[verzoeker] verzoekt dat de rechtbank - samengevat - op grond van artikel 195 wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:
1. De Huurwoningbemiddelaar veroordeelt tot:
- het overleggen van de volledige integrale teksten van alle aangehaalde uitspraken,
- inclusief het overleggen van vindplaatsen en datum van publicatie, en
- het overleggen van alle documenten die betrekking hebben op de door De Huurwoningbemiddelaar gestelde “rechtmatige verwijdering” van persoonsgegevens, waaronder vernietigingsdocumentatie, logbestanden en bewaartermijnbeleid,
2. De Huurwoningbemiddelaar veroordeelt tot het geven van een toelichting:
- waarom deze uitspraken volgens haar relevant zijn,
- hoe de aangehaalde beslissingen aansluiten op de feiten van de zaak, en
- op grond waarvan zij stelt dat verwijdering rechtmatig was en welke bewaartermijnen zijn toegepast,
3. bepaalt dat - wanneer De Huurwoningbemiddelaar nalaat de stukken te overleggen:
- het beroep op deze jurisprudentie buiten beschouwing wordt gelaten,
- het beroep op “rechtmatige verwijdering” eveneens buiten beschouwing wordt gelaten, en
- de rechtbank daaraan de gevolgtrekking verbindt die zij juist acht.
De rechtbank merkt de e-mail van 19 juni 2026 van De Huurwoningbemiddelaar aan als een antwoord in het incident. De rechtbank begrijpt uit deze e-mail dat De Huurwoningbemiddelaar zich verzet tegen toewijzing van het verzoek in incident.
De rechtbank ziet in deze zaak, gelet op de verwevenheid van het verzoek in incident met de hoofdzaak, de behandeling van het incident aan te houden tot de behandeling in de hoofdzaak.