Civiel recht overig

Verstek. Afwijzing vordering. Eisende partij is tweede procedure gestart terwijl ten aanzien van dezelfde…

Rechtbank Noord-Holland, 17 juli 2019

Zaakgegevens

Op 17 juli 2019 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
17 juli 2019
Datum publicatie
16 juli 2019
Zaaknummer
7867395 CV EXPL 19-9343
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2019:6189
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek. Afwijzing vordering. Eisende partij is tweede procedure gestart terwijl ten aanzien van dezelfde vordering al een procedure loopt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7867395 CV EXPL 19-9343

Uitspraakdatum: 17 juli 2019

Verstekvonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap Tui Nederland N.V.

gevestigd te Rijswijk

de eisende partij

gemachtigde: P.F. van den Berg (Rosmalen Nedland B.V.)

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

De procedure

De eisende partij heeft bij dagvaarding van 24 juni 2019 een vordering tegen de gedaagde partij ingesteld. De gedaagde partij is niet verschenen en tegen haar is verstek verleend.

De beoordeling

De kantonrechter constateert dat de eisende partij reeds op 24 april 2019 (vrijwel) exact dezelfde dagvaarding tegen de gedaagde partij heeft uitgebracht met daarin dezelfde vordering. Deze zaak is bij de rechtbank bekend onder het nummer 7729542 CV EXPL 19-5489 (hierna: de oudste zaak). De eisende partij legt thans ook dezelfde factuur aan de vordering ten grondslag als de factuur die bij dagvaarding van 24 april 2019 aan de vordering ten grondslag is gelegd. De eisende partij vermeldt in beide dagvaardingen ook hetzelfde dossiernummer: 19300113. Slechts de reeds berekende rente verschilt, aangezien die in de nieuwste dagvaarding tot een latere datum is berekend.

Bij tussenvonnis van 3 juli 2019 van de kantonrechter te Haarlem in de oudste zaak is de eisende partij in de gelegenheid gesteld een akte te nemen. In die zaak zal dus nog een vonnis over de vordering van de eisende partij volgen.

Gelet op het vorenstaande komt de vordering in de onderhavige zaak de kantonrechter onrechtmatig voor, zodat de vordering zal worden afgewezen. Tevens ziet de kantonrechter hierin aanleiding de eisende partij in de proceskosten te veroordelen.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt de eisende partij tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de gedaagde partij worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.