Civiel recht overig

Toewijzen proceskosten na betaling huurachterstand

Rechtbank Noord-Holland, 15 juli 2020

Zaakgegevens

Op 15 juli 2020 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
15 juli 2020
Datum publicatie
29 juli 2020
Zaaknummer
8312364
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2020:5765
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toewijzen proceskosten na betaling huurachterstand

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8312364 CV EXPL 20-534

Uitspraakdatum: 15 juli 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de stichting Stichting De Woonschakel Westfriesland

gevestigd te Medemblik

eiseres

verder te noemen: De Woonschakel

gemachtigde: M.G. Lasonder

tegen

de besloten vennootschap Financiële en Maatschappelijke Dienstverlening B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende]

gevestigd te Hoorn

gedaagde

verder te noemen: de bewindvoerder q.q. dan wel [rechthebbende]

gemachtigde: mr. M. Heimensem
[toevoeging verleend aan [rechthebbende] onder nummer 4O56541]

1 Het procesverloop

1.1.

De Woonschakel heeft bij dagvaarding van 30 januari 2020 een vordering tegen [rechthebbende] ingesteld. [rechthebbende] heeft schriftelijk geantwoord. De Woonschakel heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [rechthebbende] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

De Woonschakel verhuurt aan [rechthebbende] de woning aan het adres [woning] tegen een huurprijs van € 572,80 per maand.

2.2.

[rechthebbende] heeft verschillende malen een huurachterstand laten ontstaan. Zo ook in oktober 2019. Op 11 november 2019 hebben partijen hiervoor een betalingsregeling getroffen. Die regeling is [rechthebbende] niet nagekomen.

2.3.

Bij beslissing van de rechtbank Noord-Holland van 4 mei 2020 zijn de goederen van [rechthebbende] onder bewind gesteld met benoeming van Financiële en Maatschappelijke Dienstverlening B.V. tot bewindvoerder.

3 De vordering

3.1.

De Woonschakel vordert dat de kantonrechter [rechthebbende] veroordeelt tot betaling van € 564,64, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

De Woonschakel legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [rechthebbende] zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en de nadien gesloten betalingsregeling niet is nagekomen.

4 Het verweer

4.1.

[rechthebbende] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat De Woonschakel de betalingen die hij in de loop der tijd heeft gedaan onjuist heeft toegerekend als bedoeld in artikel 6:43 e.v. BW. Wanneer De Woonschakel de betalingen van [rechthebbende] had toegerekend aan de oudste maand waarover de huur was verschuldigd, was de procedure niet nodig geweest.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter begrijpt uit hetgeen de advocaat van [rechthebbende] hierover in de conclusie van dupliek heeft geschreven, dat hij deze conclusie namens de bewindvoerder van [rechthebbende] heeft genomen. Het is daarom niet nodig om de procedure aan te houden, om De Woonschakel in de gelegenheid te stellen de bewindvoerder van [rechthebbende] in het geding op te roepen. De kantonrechter houdt het er voor dat de bewindvoerder q.q. het geding als formele procespartij heeft overgenomen. De aanhef van dit vonnis is hierop aangepast.

5.2.

Uit de processtukken volgt voorts dat [rechthebbende] de gevorderde huurachterstand inclusief rente en kosten tijdens de procedure aan De Woonschakel is betaald. Aan de orde is alleen nog of de bewindvoerder q.q. moet worden veroordeeld in de proceskosten. De Woonschakel heeft haar vordering voor het overige verminderd.

5.3.

De Woonschakel heeft naar aanleiding van het verweer van [rechthebbende] gesteld dat zij de betalingen die zij lopende de procedure van [rechthebbende] ontving heeft afgeboekt op de lopende huur, zodat [rechthebbende] daarvoor geen nieuwe incassokosten verschuldigd zou zijn. De proceskosten in de onderhavige procedure waren al gemaakt; afboeken van betalingen op het gevorderde tijdens de procedure zou geen verschil hebben gemaakt. De bewindvoerder q.q. dan wel [rechthebbende] hebben bij conclusie van dupliek niet betwist dat de door De Woonschakel toegepaste toerekening van zijn betalingen voor [rechthebbende] niet nadelig is geweest. Daarmee faalt dit verweer bij gebrek aan belang.

5.4.

De conclusie is dat de kantonrechter de door De Woonschakel gevorderde proceskosten zal toewijzen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt de bewindvoerder q.q. tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van De Woonschakel tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 105,09

griffierecht € 499,00

salaris gemachtigde € 240,00

6.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter