Insolventierecht

eerder ingangsdatum maar ook verlenging ivm beslag

Rechtbank Noord-Holland, 6 maart 2025

Zaakgegevens

Op 6 maart 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
6 maart 2025
Datum publicatie
12 maart 2025
Zaaknummer
15/360112 FT RK 24/903
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:2642
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

eerder ingangsdatum maar ook verlenging ivm beslag

Uitspraak

VONNIS TOELATING WSNP

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

zittingsplaats: Alkmaar

afdeling: Handel, Kanton en Insolventie

zaaknummer: 15/360112 FT RK 24/903

naam rechter: mr. J. van der Kluit

insolventienummer: R.15/25/42

uitspraakdatum: 06 maart 2025

in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar)
geboren op: [geboortedatum] 1973 te [plaats]
wonende te: [plaats]

schuldhulpverlener: Kredietbank Nederland.

1 Samenvatting

Schuldenaar heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenaar voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen.

2 Beslissing van de rechtbank

De rechtbank laat schuldenaar met ingang van 6 maart 2025 toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp gaat lopen vanaf 23 november 2023. De rechtbank verlengt de looptijd van de regeling tot 6 september 2025. De rechtbank stelt schuldenaar vanaf 23 juli 2025 vrij van de van de verplichting tot afdracht aan de boedel en van zijn inspanningsverplichting.

3 Gevolgen voor schuldenaar

  • Schuldenaar moet zich gedurende de komende maanden tot 23 juli 2025 houden aan alle verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn.

  • Vanaf 23 juli 2025 tot het einde van de looptijd van de wsnp moet schuldenaar zich houden aan de medewerkings- en informatieplichten tegenover de bewindvoerder.

  • Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden.

  • Als schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, komt hij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenaar zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenaar dan weer tot betaling dwingen.

4 Redenen voor deze beslissing

  • De rechtbank stelt vast dat schuldenaar voldoet aan de toelatingseisen.

  • Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 zal de rechtbank (ambtshalve) onderzoeken of er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de wsnp te bepalen dan het moment waarop de wsnp met dit vonnis wordt toegepast.

  • Vanaf het begin van het minnelijk voortraject heeft er beslag gelegen op het inkomen van schuldenaar. Dit beslag is in januari 2025 opgeheven. Met dit beslag heeft schuldenaar derhalve al het nodige afgelost op zijn schulden. Volgens de hiervoor genoemde uitspraak van de Hoge Raad kan een aflossing onder een beslag aan een enkele schuldeiser ook worden aangemerkt als een aflossing in het kader van het minnelijk voortraject in de zin van artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet. De rechtbank zal daarom het alternatieve aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling vaststellen op een eerdere datum, te weten 23 november 2023, de datum waarop schuldenaar zich bij de schuldhulpverlener heeft gemeld, het minnelijk voortraject is gestart en schuldenaar heeft afgelost onder het beslag.

  • In de periode vanaf januari 2025 heeft schuldenaar niet meer afgelost onder het beslag. Ook heeft schuldenaar vanaf toen geen aflossingen gedaan of gespaard ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, hoewel hij daarvoor wel afloscapaciteit had. Daarmee heeft schuldenaar in de maanden januari en februari 2025 niet aan zijn afdrachtsverplichting voldaan, zoals die in de wsnp geldt. De rechtbank ziet daarin aanleiding de looptijd van de regeling in elk geval met twee maanden te verlengen.

  • De wsnp duurt standaard 18 maanden. Met een verlenging van twee maanden zou dat in het geval van schuldenaar betekenen dat de wsnp zou eindigen op 23 juli 2025. Uit de hiervoor genoemde uitspraak van de Hoge Raad volgt dat na het materiële einde van de wsnp enige tijd nodig is om de regeling ook formeel te laten eindigen, en dat de wsnp daarom vanaf de uitspraak in beginsel tenminste zes maanden moet worden toegepast. De rechtbank zal de looptijd van de regeling daarom verder verlengen tot 6 september 2025. De bewindvoerder is hierdoor voldoende in de gelegenheid de benodigde werkzaamheden te verrichten. Nu het er vooralsnog voor gehouden moet worden dat schuldenaar zich in het minnelijk voortraject gedurende 13 maanden al heeft gehouden aan de aflosverplichting zoals die geldt in de wsnp, hoeft hij zich vanaf 23 juli 2025 daaraan niet meer te houden. Schuldenaar zal zich dan nog wel moeten blijven houden aan de medewerkings- en informatieplichten tegenover de bewindvoerder.

5 Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd

  • Het verzoekschrift met bijlagen dat door schuldenaar is ingediend.

  • De aantekeningen van de zitting die op 25 februari 2025 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenaar, mevr. [betrokkene 1] van Bewindvoering aan Zee, beschermingsbewindvoerder en dhr. [betrokkene 2] van de Kredietbank Nederland, schuldhulpverlener, verschenen.

6 Andere gevolgen van dit vonnis

  • De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.P. de Valk

  • De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:

[bewindvoerder]

 De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:

- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en

- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.

 De bewindvoerder ontvangt de komende maanden de post van schuldenaar en mag deze inzien.

7 Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten

Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de verlenging van de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.

De griffier De rechter

ECLI:NL:HR:2024:1913