Insolventierecht
Het gerechtshof heeft in hoger beroep de schuldenaar (alsnog) toegelaten tot de schuldsanering en de zaak…
Rechtbank Noord-Holland, 23 januari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:671 · Rechtbank Noord-Holland · 23 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/insolventierecht/rekestprocedure/ecli-nl-rbnho-2025-671
Zaakgegevens
Op 23 januari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 23 januari 2025
- Datum publicatie
- 23 januari 2025
- Zaaknummer
- C/15/25/21 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:671
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het gerechtshof heeft in hoger beroep de schuldenaar (alsnog) toegelaten tot de schuldsanering en de zaak voor verdere behandeling naar de rechtbank verwezen. De rechtbank bepaalt het aanvangsmoment van de looptijd van de schuldsanering op de datum dat de schuldenaar in het minnelijk traject een 'nulaanbod' aan zijn schuldeisers heeft gedaan.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND toepassing schuldsaneringsregeling na hoger beroep
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
insolventienummer: C/15/25/21 R
vonnis van 23 januari 2025
in de zaak van:
[schuldenaar],
geboren op [geboortedatum] 1995 te [plaats 1],
wonende te [plaats 2],
schuldenaar.
1 De procedure
Bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 21 januari 2025 is de toepassing
van de schuldsanering op schuldenaar uitgesproken. Het hof heeft de zaak naar de rechtbank verwezen om te worden voortgezet.
2 De beoordeling
Het hof heeft in zijn arrest niet onderzocht of aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de looptijd van de schuldsanering te bepalen dan de datum van het arrest. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 zal de rechtbank ambtshalve een eerder aanvangsmoment vaststellen.
Vast staat dat schuldenaar in het minnelijk traject van schuldhulpverlening geen afloscapaciteit had. De schuldhulpverlener heeft daarom op 21 november 2024 een zogenaamd ‘nulaanbod’ aan de schuldeisers gedaan. Zoals volgt uit het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad, kan de vaststelling dat schuldenaar geen afloscapaciteit heeft, gelijk worden gesteld met een eerste aflossing in de zin van artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet. Het ‘nulaanbod’ is daarmee een duidelijk aanknopingspunt voor het alternatieve aanvangsmoment van de looptijd van de schuldsanering. De rechtbank zal daarom het aanvangsmoment van de schuldsaneringsregeling bepalen op de datum dat de schuldhulpverlener het ‘nulaanbod’ aan de schuldeisers heeft gedaan, te weten 21 november 2024. De looptijd van de schuldsanering bedraagt 18 maanden en eindigt daarom op 21 mei 2026.
De rechtbank zal verder nog beslissen over de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder, over het voorschot op het salaris van de bewindvoerder en het openen van aan schuldenaar gerichte post.
3 De beslissing
De rechtbank:
stelt het aanvangsmoment van de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op 21 november 2024,
kent bij toereikend actief, gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling aan de bewindvoerder een voorschot op het salaris toe overeenkomstig het Besluit salaris bewindvoerder,
geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte post gedurende een termijn van dertien maanden
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 23 januari 2025.