Verbintenissenrecht

mondelinge uitspraak. burengeschil, bewakingscamera, schade aan een boeideel

Rechtbank Noord-Holland, 26 april 2023

Zaakgegevens

Op 26 april 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
26 april 2023
Datum publicatie
8 mei 2023
Zaaknummer
10160475 \ CV EXPL 22-5002
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:4182
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

mondelinge uitspraak. burengeschil, bewakingscamera, schade aan een boeideel

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 10160475 \ CV EXPL 22-5002

Uitspraakdatum: 26 april 2023

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak (vonnis) van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats 1]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. P.W.J.C. van Peer (ARAG Rechtsbijstand)

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats 2]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon, bijgestaan door [gemachtigde]

1 De gronden van de beslissing

de vordering

1.1.

[eiser] heeft zijn vordering op [gedaagde] op de zitting ingetrokken. Deze vordering hoeft daarom niet te worden beoordeeld. De kantonrechter hoeft daarover dus ook geen beslissing te nemen.

tegenvordering

1.2.

[eiser] heeft op de zitting erkend dat hij aansprakelijk is voor de beschadiging van het boeideel. Daarmee staat vast dat hij een onrechtmatige daad tegenover [gedaagde] heeft gepleegd. Hij is daarom verplicht de schade die [gedaagde] daardoor lijdt aan hem te vergoeden. Het aanbod van [eiser] om de schade zelf te herstellen is niet voldoende. Uit de offerte van [bedrijf] blijkt dat de herstelkosten € 949,85 inclusief btw bedragen. [eiser] heeft de offerte niet betwist, of geen gemotiveerd verweer tegen de offerte gevoerd. De kantonrechter gaat daarom uit van de offerte.

1.3.

In de offerte van [bedrijf] staat dat de herstelwerkzaamheden met behulp van een steiger op het perceel van [eiser] moeten worden uitgevoerd. De kantonrechter wijst partijen erop dat [eiser] op basis van de wet gehouden is om hieraan mee te werken na een behoorlijke kennisgeving door [gedaagde] (artikel 5:56 van het Burgerlijk Wetboek).

1.4.

Op basis van de door [gedaagde] overgelegde foto’s van de beveiligingscamera’s aan de achterzijde van de woning van [eiser] is voldoende komen vast te staan dat in het verleden een inbreuk op de privacy van [gedaagde] is gemaakt. Maar uit de op de zitting door [eiser] getoonde live schermopnames van de camera aan de voorzijde en de camera aan de achterzijde van de woning van [eiser] , blijkt dat de situatie nu anders is en het perceel van [gedaagde] niet gefilmd wordt. De camera aan de voorzijde is gericht op de voortuin van [eiser] en de straat (en een deel van de tuin van de buren van nummer [huisnummer] ); niet op de voortuin van [gedaagde] . De camera aan de achterzijde is gericht op de achtertuin van [eiser] . Deze camera heeft een kapje waardoor het beeld ‘rond’ wordt en niet over de schutting tussen het perceel van [eiser] en dat van [gedaagde] heen gekeken kan worden. Van een inbreuk op de privacy van [gedaagde] is geen sprake, hoewel de kantonrechter zich kan voorstellen dat [gedaagde] mogelijk een onbehaaglijk gevoel bij de camera’s heeft. Maar dat maakt niet dat zijn privacy daardoor wordt geschonden. Terwijl [eiser] een belang bij de camera’s heeft, namelijk bescherming van zijn perceel en eigendommen. De kantonrechter zal de vordering van [gedaagde] daarom afwijzen.

1.5.

Omdat partijen buren zijn en nog met elkaar verder moeten, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

2 De beslissing

De kantonrechter:

de tegenvordering

2.1.

veroordeelt [eiser] tot betaling aan [gedaagde] van € 949,85 aan herstelkosten voor het boeideel;

2.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

2.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

2.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter