Verbintenissenrecht
Eindvonnis na akte. Ambtshalve toetsing Productvoorwaarden NS Flex geldig vanaf mei 2021.
Rechtbank Noord-Holland, 19 juni 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:6261 · Rechtbank Noord-Holland · 19 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/verstek/ecli-nl-rbnho-2024-6261
Zaakgegevens
Op 19 juni 2024 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 19 juni 2024
- Datum publicatie
- 20 juni 2024
- Zaaknummer
- 10759587 CV EXPL 23-6859
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- VerstekVerstekDe gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2024:6261
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eindvonnis na akte. Ambtshalve toetsing Productvoorwaarden NS Flex geldig vanaf mei 2021.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10759587 CV EXPL 23-6859
Uitspraakdatum: 19 juni 2024
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NS Reizigers B.V.
gevestigd te Utrecht
de eisende partij
gemachtigde: LAVG B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 Het verdere procesverloop
Bij tussenvonnis van 6 maart 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van het beding in de toepasselijke algemene voorwaarden dat ziet op correctietarieven. De eisende partij heeft bij akte van 1 mei 2024 haar vordering verminderd met de correctietarieven (ter hoogte van € 20,00).
2 De verdere beoordeling
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de eisende partij grotendeels zal toewijzen. De wettelijke rente zal worden toegewezen zoals gevorderd.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 698,08, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2023 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 107,84
griffierecht € 322,00
salaris gemachtigde € 135,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter