Verbintenissenrecht

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis. Handhaving voorlopig oordeel oneerlijkheid incassokostenbeding, dat…

Rechtbank Noord-Holland, 11 februari 2026

Zaakgegevens

Op 11 februari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
11 februari 2026
Datum publicatie
20 februari 2026
Zaaknummer
10919815 \ CV EXPL 24-423
Procedure
Verstek
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:1663
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis. Handhaving voorlopig oordeel oneerlijkheid incassokostenbeding, dat wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 10919815 \ CV EXPL 24-423

Uitspraakdatum: 11 februari 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Coöperatief Bungalowpark Het grootslag U.A.

te Andijk

de eisende partij

gemachtigde: Straetus Legal

tegen

1 [gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]

te [plaats], Duitsland

de gedaagde partijen

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 16 april 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft echter niet gereageerd.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter ziet geen reden om anders over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in artikel 5 lid 4 van de algemene voorwaarden te denken dan in het tussenvonnis is geoordeeld en vernietigt daarom dit beding, voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.

2.2.

De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

2.3.

De gedaagde partijen worden (overwegend) in het ongelijk gesteld en zullen daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij worden de gedaagde partijen ook veroordeeld tot betaling van € 144,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling aan de eisende partij van € 8.436,69, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 8.227,29 vanaf 8 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 141,69;

griffierecht € 524,00;

salaris gemachtigde € 360,00;

3.3.

veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling van € 144,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;

3.4.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter