Strafrecht overig
De wrakingskamer verklaart het verzoek tot wraking van de rechter kennelijk niet ontvankelijk
Rechtbank Noord-Holland, 9 november 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:11373 · Rechtbank Noord-Holland · 9 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/strafrecht/strafrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbnho-2023-11373
Zaakgegevens
Op 9 november 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 9 november 2023
- Datum publicatie
- 13 november 2023
- Zaaknummer
- C/15/345840 / KG RK 23/ 701
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:11373
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De wrakingskamer verklaart het verzoek tot wraking van de rechter kennelijk niet ontvankelijk
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]Beslissing
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Wrakingskamer
Locatie Alkmaar
zaaknummer / rekestnummer: C/15/345840 KG RK 23/701
Beslissing van 9 november 2023
op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker],
wonend in [woonplaats],
hierna: verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. J.O. Rutten,
hierna te noemen: de rechter.
1 Procesverloop
Bij deze rechtbank, afdeling Kanton, is een strafzaak aanhangig met als parketnummer: 15-206979-23, hierna te noemen: de hoofdzaak. In die zaak is de mondelinge behandeling vastgesteld op 8 november 2023 bij de locatie Alkmaar.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden onder leiding van de rechter. Uit het proces-verbaal van de zitting volgt dat verzoeker is verschenen en dat hij een verzoek tot aanhouding heeft gedaan. Dat verzoek is door de rechter gemotiveerd afgewezen.
Verzoeker heeft de rechter ter zitting gewraakt. De rechter heeft niet in de wraking berust.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overweging besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van dit verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2 De beoordeling
Uitgangspunt
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Dit is de subjectieve toets. Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. Die feiten of omstandigheden moeten zwaarwegende redenen opleveren voor objectiveerbare twijfel aan de onpartijdigheid. Dit is de objectieve toets.
Het subjectieve oordeel van verzoeker is voor de beoordeling van beide toetsen wel belangrijk, maar niet doorslaggevend.
Verzoek kennelijk ongegrond
Uit het proces-verbaal van de zitting blijkt over het wrakingsverzoek het volgende:
“Ik doe een wrakingsverzoek. Ik wil een andere rechter. Het verzoek tot aanhouding van de behandeling is drie keer gedaan en afgewezen. Zaken zijn altijd in Haarlem. Het slaat
nergens op dat de zaak nu in Alkmaar is. Voor mr. [naam] is dit 40 minuten extra reistijd vanuit Den Haag en dat kost allemaal extra geld. Het is heel normaal dat ik mr. [naam], een raadsman gespecialiseerd in dierenzaken, aanwezig wil hebben bij deze zaak. Hij is al lang betrokken bij de zaak. Daarbij is het bij het Openbaar Ministerie een grote puinhoop. Ik heb er geen vertrouwen meer in en ik wil een andere rechter. Ik wraak u, kantonrechter.
De gronden van de wraking zijn voorgelezen aan de verdachte die met deze formulering
instemt.”
Uit het hiervoor onder 2.2 geciteerde proces-verbaal blijkt dat het wrakingsverzoek zich feitelijk alleen richt tegen de beslissing van de rechter ter zitting om het verzoek tot aanhouding af te wijzen. Dat kan echter geen grond voor wraking opleveren.
Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing die nadelig voor verzoeker uitpakt, geen grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel.
Het enkele feit dat de rechter een voor een partij negatieve (proces)beslissing neemt, levert geen grond voor wraking op. Dat is vaste rechtspraak sinds Hoge Raad 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413). Indien verzoeker het met zo’n beslissing niet eens is, kan hij dat na een eventueel in te stellen rechtsmiddel ter toetsing voorleggen aan de rechter die er dan over beslist.
De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing.
Het verzoek is dus kennelijk ongegrond.
3 Beslissing
De rechtbank:
verklaart het verzoek kennelijk ongegrond,
beveelt de griffier onverwijld aan de rechter, verzoeker en de officier van justitie een afschrift van deze beslissing toe te zenden,
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, mr. J.H. Gisolf en
mr. C.H. de Jonge van Ellemeet, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2023.
griffier voorzitter