Bestuursrecht overig
Voorlopige voorziening. Overtreding APV Emmen 2025. Twee vaartuigen nemen ligplaats in, wat verboden is…
Rechtbank Noord-Nederland, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4583 · Rechtbank Noord-Nederland · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbnne-2026-4583
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- LEE 26/3298
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4583
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening. Overtreding APV Emmen 2025. Twee vaartuigen nemen ligplaats in, wat verboden is. Handhavingsverzoek. Last onder bestuursdwang. Begunstigingstermijn verlengd.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 26/3298
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 oktober 2026 in de zaak tussen
[naam], uit [woonplaats], verzoekster
(gemachtigde: mr. A. Allersma),
en
het college van burgemeester en wethouders van Emmen, het college
(gemachtigde: mr. D. Harms).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] uit [woonplaats].
Inleiding en procesverloop
-
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
-
Het college heeft op 25 augustus 2026 een handhavingsverzoek van [derde belanghebbende] ontvangen. Hij heeft verzocht om handhavend op te treden tegen de illegale bewoning en structurele overlast veroorzaakt door twee vaartuigen bij de Oranjesluis in Klazienaveen.
Het college heeft zijn voornemen van 22 september 2026 om een last onder bestuursdwang op te leggen op de vaartuigen van verzoekster geplakt. Haar vaartuigen nemen een ligplaats in binnen de gemeente Emmen terwijl dit op grond van artikel 5:11a van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Emmen 2025 (APV) niet is toegestaan.
Verzoekster heeft op 28 september 2026 een zienswijze ingediend.
Met het bestreden besluit van 30 september 2026 heeft het college een last onder bestuursdwang opgelegd. Deze last luidt:
‘U hebt tot en met 7 oktober 2026 de tijd om de overtreding (…) permanent te beëindigen. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door de vaartuigen uiterlijk op 7 oktober 2026 uit het water te verwijderen en verwijderd te houden.
Als blijkt dat de overtredingen voortduren na het verstrijken van de begunstigingstermijn dan gaan wij zelf de overtreding beëindigen, waarbij we de kosten op u verhalen.
(…)
Wij willen voorkomen dat na beëindiging van de huidige overtredingen opnieuw een overtreding ontstaat doordat u met hetzelfde vaartuig opnieuw een ligplaats inneemt op een plaats waar dit (…) niet is toegestaan. Om deze reden leggen wij de last onder bestuursdwang mede preventief op ter voorkoming van een nieuwe overtreding. (…)’
Verzoekster heeft daartegen bezwaar gemaakt. Ook heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
Het college heeft laten weten dat het bereid is de effectuering van de bestuursdwang op te schorten totdat uitspraak is gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, haar begeleider [naam begeleider] en haar gemachtigde, en namens het college D. Sanders en K. Nieholt. [derde belanghebbende] heeft zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Spoedeisend belang
3. Als er geen voorliggende voorziening wordt getroffen, moet verzoekster de boten uit het water verwijderen of verplaatsen naar een ligplaats waar geen verbod geldt voordat het college beslist op haar bezwaarschrift. Zo niet, dan past het college bestuursdwang toe en verwijdert het de boten op kosten van verzoekster. Verzoekster raakt dan dakloos. Het spoedeisend belang is hiermee gegeven.
Voorlopig rechtmatigheidsoordeel
4. Als het college bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen, moet het college die last in de regel ook opleggen. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag het college daarvan afzien. Die kunnen zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat. Ook kan handhavend optreden zo onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat daarvan moet worden afgezien.
Niet in geschil is dat de vaartuigen van verzoekster ligplaatsen innemen waar het verbod op grond van artikel 5:11a, eerste lid, van de APV geldt. Van een concreet zicht op legalisatie is niet gebleken. Het college heeft op de zitting desgevraagd toegelicht dat de APV binnenkort gewijzigd wordt, maar niet op dit onderdeel. Het college is dan ook bevoegd om de last onder bestuursdwang op te leggen.
5. Vervolgens zal de voorzieningenrechter het verzoek beoordelen aan de hand van een belangenafweging.
Wat zijn de belangen van verzoekster?
Als het besluit niet wordt geschorst en het college de vaartuigen verwijderd, is aannemelijk dat verzoekster dakloos raakt. Verzoekster stelt dat de boten niet vaarklaar zijn. De kosten van het verwijderen van de boten over land of eventuele kosten van bestuursdwang kan zij niet betalen. De gemeente heeft op haar verzoek een adres verbonden aan deze ligplaats, zodat ze erop mocht vertrouwen dat haar verblijf niet zomaar zou worden beëindigd. Mede hierom verzoekt zij om een begunstigingstermijn van drie maanden.
Wat zijn de belangen van het college?
Daartegenover staat het belang dat het college heeft bij het verwijderen van de vaartuigen. Verzoekster overtreedt de gemeentelijke regels. Het overtreden van de regels uit de APV heeft gevolgen voor de leefomgeving. Het college heeft een beginselplicht tot handhaving. Door het college is niet het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat het verblijf van verzoekster zou worden toegestaan.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
Het college heeft belang bij het verplaatsen of verwijderen van de vaartuigen van verzoekster. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met het handhavingsverzoek en de belangen van omwonenden. De situatie dat verzoekster met haar vaartuigen deze ligplaatsen inneemt, moet eindigen. Aanleiding bestaat evenwel om in dit geval de begunstigingstermijn te verlengen. Er zijn geen vrije ligplaatsen in de gemeente, volgens het college. Verzoekster heeft het afgelopen jaar met hulp van reclassering en het Leger des Heils gezocht naar een passende woning, zij het zonder succes. Op de zitting heeft verzoekster toegelicht dat ze zich in de afgelopen weken heeft ingespannen, binnen haar mogelijkheden, haar vaartuigen vaarklaar te maken en te verplaatsen. Ook zonder succes. Alles afwegend vindt de voorzieningenrechter een verlenging van de begunstigingstermijn met twee maanden vanaf de zitting passend.
Conclusie en gevolgen
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en verlengt de begunstigingstermijn tot en met 20 december 2026.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet het college het griffierecht en de proceskosten aan verzoekster vergoeden. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot en met 20 december 2026;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 200 aan verzoekster moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. O.J.J.C. Koopmans, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 5:21
Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
-
een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
-
de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Artikel 5:24
1. De last onder bestuursdwang omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.
2 De last onder bestuursdwang vermeldt de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd.
(…)
Gemeentewet
Artikel 125
-
Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang.
-
De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door het college, indien de last dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitvoert.
(…)
Algemene plaatselijke verordening gemeente Emmen 2025
Artikel 5:11a
-
Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen, te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen.
-
Het college kan gedeelten van openbaar water aanwijzen waar het verbod in het eerste lid niet geldt.
-
Het college kan aan het gebruik van een ligplaats op deze aangewezen locaties:
-
nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;
-
beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen;
-
liggeld heffen.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties die geregeld worden door andere wetten of verordeningen, zoals de Omgevingswet, Waterwet of Provinciale omgevingsverordening.
-
Het college kan aanwijzingen geven aan de rechthebbende van een vaartuig inzake het gebruik van de ligplaats.
-
De rechthebbende is verplicht deze aanwijzingen op te volgen.