Civiel recht overig

Rechtbank Noord-Nederland · Beschikking · Civiel recht overig

Rechtbank Noord-Nederland, 24 februari 2015

Zaakgegevens

Op 24 februari 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
24 februari 2015
Datum publicatie
20 februari 2015
Zaaknummer
3649658 / EZ VERZ 14-217
Procedure
Beschikking
Advocaat
mr. L. Ahlers
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2015:712
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

erfrecht

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie [woonplaats]

zaak/rolnr.: 3649658 / EZ VERZ 14-217

beschikking d.d. 24 februari 2015

op het verzoek ex artikel 4:208 lid 1 BW

in de nalatenschap van

[erflaatster], geboren in de gemeente [geboorteplaats] op [geboorteplaats], overleden in de gemeente [woonplaats] op [overlijdensdatum], laatst gewoond hebbende te [xxx] [woonplaats], [adres], hierna ook te noemen de erflaatster,

ingediend door

Mr. Cornelis Krijger,

notaris te [woonplaats],

in zijn hoedanigheid van vereffenaar van voormelde nalatenschap,

advocaat: mr. L. Ahlers,

strekkende tot benoeming van een rechter-commissaris.

Procedure

Het verzoek is ingediend op 28 november 2014.

De behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van dinsdag 17 februari 2015. Verschenen zijn de vereffenaar en mr. L. Ahlers.

De beoordeling

De vereffenaar heeft ter zitting verklaard dat de problemen die hem ertoe hebben bewogen zijn verzoek te doen grotendeels zijn opgelost. Hij heeft daarbij opgemerkt dat hij niettemin het verzoek niet intrekt, omdat er reeds griffierecht is betaald.

Uiteraard kan ten aanzien van dit niet ingetrokken verzoek slechts worden geoordeeld dat dit moet worden afgewezen, reeds omdat -volgens de vereffenaar- de gronden daaraan zijn ontvallen, zodat in die zin zal worden beslist.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Aldus gegeven te [woonplaats] en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2015 door

mr. J.E. Biesma, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c 18