Civiel recht overig
Ontruiming; geen inhoudelijk verweer
Rechtbank Noord-Nederland, 3 februari 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:326 · Rechtbank Noord-Nederland · 3 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbnne-2017-326
Zaakgegevens
Op 3 februari 2017 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 3 februari 2017
- Datum publicatie
- 3 februari 2017
- Zaaknummer
- C/18/173165 / KG ZA 17-3
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2017:326
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontruiming; geen inhoudelijk verweer
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Groningen
zaaknummer / rolnummer: C/18/173165 / KG ZA 17-3
Vonnis in kort geding van 3 februari 2017
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te Haren,
eiser,
advocaat mr. A.A. Westers te Groningen,
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
EASY GAMES HOLLAND LTD,
gevestigd te Cardiff (UK),
h.o.d.n. It’s Playtime,
gevestigd te Groningen,
gedaagde,
vertegenwoordigd door haar bestuurder [voorletters] [bestuurder] ,
advocaat mr. E.Tj. van Dalen.
1 De procedure
Op 9 januari 2017 heeft eiser een dagvaarding doen betekenen aan gedaagde.
Op 17 januari 2017 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden alwaar eiser is verschenen, bijgestaan door mr. Westers.
Namens gedaagde is verschenen [bestuurder] voornoemd, bijgestaan door mr. Van Dalen voornoemd.
Partijen hebben hun standpunten – [eiser] mede aan de hand van pleitaantekeningen – toegelicht.
Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Het geschil
De vordering van eiser strekt ertoe:
-
gedaagde te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze laatste het eigendom van eiser zijn, te ontruimen en te verlaten en onder afgifte van de sleutels geheel ontruimd ter vrije beschikking van eiser te stellen;
-
gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiser van de achterstallige huurtermijnen bij wege van voorschot ten bedrage van € 28.968,76;
-
gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris van de advocaat daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente;
-
gedaagde te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Gedaagde heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd.
3 De beoordeling
Zoals hiervoor is vermeld heeft gedaagde geen inhoudelijk verweer gevoerd.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat dit voor toewijzing gereed ligt.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:
- dagvaarding € 97,31
- griffierecht 287,00
- salaris advocaat 527,00
Totaal € 911,31.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt gedaagde om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze laatste het eigendom van eiser zijn, te ontruimen en te verlaten en onder afgifte van de sleutels geheel ontruimd ter vrije beschikking van eiser te stellen;
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiser van de achterstallige huurtermijnen bij wege van voorschot ten bedrage van € 28.968,76;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 911,31, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Molema en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2017.