Civiel recht overig

Verzoek om verlof voor conservatoir loonbeslag afgewezen. Er is sprake van een minder bezwarend beslagobject…

Rechtbank Oost-Brabant, 19 mei 2020

Zaakgegevens

Op 19 mei 2020 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19 mei 2020
Datum publicatie
25 mei 2020
Zaaknummer
C/01/357411 / BP RK 20-230
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2020:2707
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om verlof voor conservatoir loonbeslag afgewezen. Er is sprake van een minder bezwarend beslagobject namelijk het aandeel in de economische eigendom van een horecapand.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rekestnummer: C/01/357411 / BP RK 20-230

Beschikking van de voorzieningenrechter van 19 mei 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTOMATEN ZUID NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rosmalen, gemeente ’s-Hertogenbosch,

verzoekster,

advocaat mr. M. van Tessel te Drunen, gemeente Heusden,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

advocaat mr. F.J.M. Drykoningen te Eindhoven.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het verzoekschrift van 10 april 2020 met 5 producties

  • de e-mail van mr. Drykoningen van 5 mei 2020 met 8 producties

  • de e-mail van mr. Van Tessel van 6 mei 2020 met producties 6 tot en met 8

  • de mondelinge behandeling via Skype op 6 mei 2020

1.1.

Ten slotte is beschikking bepaald.

Partijen zullen hierna AZN en [verweerder] genoemd worden.

2 De beoordeling

2.1.

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van verlof tot het leggen van (eigen)beslag op het loon van [verweerder] . AZN stelt dat zij een vordering heeft op [verweerder] ter zake teveel betaald loon en een schuld van [verweerder] in rekening-courant.

2.2.

Het bestaan van die vordering is summierlijk gebleken. Voldoende aannemelijk is dat AZN vanaf april 2016 ten onrechte het volledige fulltime salaris aan [verweerder] heeft betaald, terwijl hij slechts recht had op de helft daarvan. Vast staat dat tijdens een algemene vergadering van aandeelhouders van AZN in 2015 is besloten dat het salaris van [verweerder] zou worden gehalveerd. [verweerder] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit besluit later weer is teruggedraaid. Gesteld noch gebleken is dat er een algemene vergadering van aandeelhouders heeft plaatsgevonden waar een daartoe strekkend besluit is genomen. Het enkele feit dat tijdens een algemene vergadering van aandeelhouders op 29 maart 2017 door [verweerder] zelf is gemeld dat hij inmiddels fulltime in dienst is en die mededeling in de notulen is opgenomen, is daarvoor onvoldoende. Dat maakt het nog niet tot een formeel besluit. De heer [naam] stelt dat hij de mededeling van [verweerder] tijdens de vergadering ook niet heeft opgevat als een aanspraak van [verweerder] op een fulltime salaris.

2.3.

Ook de door [verweerder] overgelegde arbeidsovereenkomst van 15 maart 2016, waarin staat dat partijen met ingang van 1 april 2016 de arbeidsovereenkomst willen voortzetten voor 40 uur per week acht de voorzieningenrechter niet overtuigend. Die arbeidsovereenkomst is namelijk enkel door [verweerder] ondertekend, in zijn hoedanigheid van directeur van AZN en als werknemer. [naam] stelt hij daarvan ook niet op de hoogte was en dat [verweerder] hem informatie heeft onthouden. Hij zou niet beter hebben geweten dan dat aan [verweerder] nog steeds de helft van het fulltime salaris werd betaald. Dat AZN naar aanleiding van de door [verweerder] uitgebrachte kort-gedingdagvaarding alsnog het volledige fulltime salaris heeft betaald leidt niet tot een ander oordeel. AZN stelt dat zij die betaling onder protest heeft gedaan.

2.4.

[verweerder] heeft niet betwist dat er sprake was van een schuld in rekening courant aan AZN. Die schuld staat ook vermeld in de jaarstukken van AZN over 2017. [verweerder] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat AZN heeft toegezegd dat [verweerder] die schuld niet zou hoeven af te lossen. [verweerder] verwijst ter onderbouwing daarvan naar een e-mail van [naam] van 23 oktober 2009. Daarin schrijft [naam] dat [verweerder] kan stoppen met het betalen van de € 700,-- aflossing op de schuld in rekening-courant en dat hij zal proberen om de schuld af te lossen in drie jaar door middel van uitkering dividend maar “uiteraard alleen als dit financieel haalbaar is”. Daarin valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet een toezegging te lezen dat de schuld niet meer zou hoeven te worden afgelost. Er zou slechts worden geprobeerd de schuld met de dividenduitkeringen van [verweerder] af te lossen. AZN heeft onweersproken gesteld dat de dividenduitkeringen daarvoor ontoereikend zijn gebleken.

2.5.

Het bovenstaande laat echter onverlet dat het beslag op loon naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geval onredelijk bezwarend is omdat er ook een minder bezwarend beslagobject is. [verweerder] heeft een aandeel in de economische eigendom van een horecapand gelegen aan de [adres] te [plaats] . Daar kan AZN beslag op leggen. Dat het complexer zal zijn om dat aandeel uiteindelijk te gelde te maken is evident, maar dat is op zichzelf onvoldoende reden om het voor [verweerder] veel ingrijpendere loonbeslag toe te staan.

2.6.

Slotsom is dat het verzoek zal worden afgewezen.

2.7.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor toekenning van een proceskostenveroordeling.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2020.