Strafrecht overig
WR 26/016: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het verzoek zich richt op eerder onwelgevallige beslissing(en)…
ECLI:NL:RBOBR:2026:5712 · Rechtbank Oost-Brabant · 5 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbobr-2026-5712
Zaakgegevens
Op 5 augustus 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2026
- Datum publicatie
- 11 augustus 2026
- Zaaknummer
- WR 26-016
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2026:5712
Samenvatting
WR 26/016: Wraking. Verzoek afgewezen, omdat het verzoek zich richt op eerder onwelgevallige beslissing(en) van de rechter. Daarnaast is een anti-misbruikmaatregel opgelegd.
Uitspraak
Inhoudsopgave
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
zaaknummer: WR 26-016
Beslissing van 5 augustus 2026
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
thans gedetineerd te: [verblijfplaats] ,
bijgestaan door mr. E. Stam,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. A.E. de Kryger,
(politie)rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het proces-verbaal van 20 juli 2026 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;
-
de schriftelijke reactie van de rechter van 20 juli 2026
2 Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met parketnummer 01.258491.24 tegen verzoeker als verdachte.
Verzoeker legt samengevat het volgende aan zijn verzoek ten grondslag. Verzoeker vindt de rechter vooringenomen omdat de rechter drie onderzoekswensen afwijst en samenwerkt met de officier van justitie, hetgeen zou blijken uit dezelfde kleren (toga) die zij dragen en omdat zij samen achter een tafel zitten. Dit leidt volgens verzoeker tot een schending van de rechten van de mens.
De rechter berust niet in de wraking.
3 De beoordeling
Bij de behandeling van een wrakingsverzoek maakt de wrakingskamer gebruik van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: het wrakingsprotocol). Hierin zijn de regels voor het indienen en de behandeling van een wrakingsverzoek vastgelegd. In het wrakingsprotocol is onder andere geregeld dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek meteen zonder zitting (dat is de mondelinge behandeling van een zaak) ongegrond kan verklaren. Dit is mogelijk als het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is. Dit is geregeld in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a, van het wrakingsprotocol. De wrakingskamer oordeelt dat die situatie zich hier voordoet en overweegt daarbij het volgende.
Verzoeker vindt de rechter vooringenomen, omdat zij onjuiste beslissingen heeft genomen. De rechter heeft namelijk de drie onderzoekswensen van verzoeker afgewezen. Een (tussen)beslissing van een rechter kan echter nooit grond vormen voor wraking. Dit komt door het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Dit houdt in dat alleen de rechtsmiddelen bestaan die in de wet staan vermeld. Wraking tegen een (tussen)beslissing van een rechter staat niet in de wet vermeld, zodat dit niet mogelijk is. De wrakingskamer kan dus niet oordelen of een (tussen)beslissing van een rechter juist is of niet. Ook als een rechter verzuimt te beslissen, kan een wrakingskamer hierover niet oordelen. Alleen wanneer een rechtsmiddel wordt ingezet tegen de beslissing (bijvoorbeeld hoger beroep of cassatie) kan die betreffende rechter oordelen over de (tussen)beslissing (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413).
De wrakingskamer oordeelt verder dat uit het proces-verbaal van de zitting of anderszins niet kan worden afgeleid dat sprake is van concrete feiten of omstandigheden, op grond waarvan enige vooringenomenheid van de rechter kan worden aangenomen of dat bij verzoeker de objectief gerechtvaardigde vrees hiervoor zou kunnen ontstaan. De door verzoeker benoemde omstandigheid dat zowel de rechter als de officier van justitie een toga dragen en dat ze samen achter een tafel zitten, leidt niet tot een ander oordeel en betekent ook niet dat de rechten van de mens zijn geschonden, zoals verzoeker heeft gesteld.
Verzoeker heeft in deze procedure al eerder (op 9 maart 2026) een wrakingsverzoek gedaan naar aanleiding van een afwijzende beslissing van de politierechter op door verzoeker gestelde (gelijkluidende) onderzoekswensen. Dit wrakingsverzoek heeft verzoeker later ingetrokken. Het onderhavige wrakingsverzoek wordt niet toegewezen. Beide verzoeken hebben wel geleid tot onredelijke vertraging van de procedure bij de rechtbank. De wrakingskamer is van oordeel dat verzoeker het middel van wraking gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven of dat verzoeker geen ander doel had dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling wordt genomen.
4 De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek tot wraking af;
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door de mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. F.H.E. Boerma en mr. M.F.M.T. Franke, leden, in tegenwoordigheid van de griffier en in openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.
- de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.