Belastingrecht
Wet WOZ. Beroep ongegrond. Op zitting akkoord met een lagere WOZ-waarde.
Rechtbank Overijssel, 16 april 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:2107 · Rechtbank Overijssel · 16 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2026-2107
Zaakgegevens
Op 16 april 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 16 april 2026
- Datum publicatie
- 16 april 2026
- Zaaknummer
- ak_24_2155
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:2107
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wet WOZ. Beroep ongegrond. Op zitting akkoord met een lagere WOZ-waarde.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/2155
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van Rijssen-Holten,
gemachtigde: J.W.H. Kottink.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 7 februari 2024.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 1.223.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbenden ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rijssen-Holten voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep in de zaak over dezelfde woning gereageerd met een verweerschrift. In dit verweerschrift heeft de heffingsambtenaar aangegeven een lagere WOZ-waarde, namelijk van € 1.120.000,- te verdedigen.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het beroep Awb 24/2068, op 27 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, [naam] en zijn gemachtigde, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur], taxateur.
Feiten
2. Belanghebbende is eigenaar van de woning geweest. De vrijstaande woning is gebouwd in 1984, heeft een gebruiksoppervlakte (gbo) van 219 m2 en staat op een kavel van 10.071 m2 en 1.489 m² bosgrond. De woning beschikt over souterrain, een zolder en een schuur.
Beoordeling door de rechtbank
Het procesbelang
3. Ten aanzien van het procesbelang van belanghebbende overweegt de rechtbank dat belanghebbende belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep in verband met zijn belastingaangifte voor het jaar 2023. Ter zitting is immers gebleken dat belanghebbende tot de notariële levering van de woning aan [naam] op 8 juli 2024, mede-eigenaar van de woning is geweest.
De WOZ-waarde
4. De rechtbank stelt vast dat op de zitting is gebleken dat de heffingsambtenaar in het verweerschrift heeft geconcludeerd dat de WOZ-waarde van de woning van belanghebbende in het besluit op bezwaar niet langer wordt gehandhaafd en dat de waarde dient te worden verlaagd naar € 1.120.000,-. Ter zitting heeft belanghebbende aangegeven hiermee akkoord te gaan.
5. De rechtbank zal zich hierbij aansluiten en beslissen conform hetgeen partijen zijn overeengekomen. Dat betekent dat het beroep gegrond is.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde niet in stand blijft. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf een beslissing en bepaalt dat de WOZ-waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2022 € 1.120.000,- bedraagt.
Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. Het is de rechtbank niet gebleken dat belanghebbende overigens proceskosten heeft moeten maken die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning [adres] voor het belastingjaar 2023 tot een bedrag van € 1.120.000,-;
- bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting overeenkomstig deze waarde wordt verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van P.P. van Essen-van ‘t Ende, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.