Civiel recht overig
Vordering tot betaling van facturen. Eiser heeft de zaak ingetrokken, maar gedaagde ging daar niet mee…
Rechtbank Overijssel, 10 augustus 2021
ECLI:NL:RBOVE:2021:3384 · Rechtbank Overijssel · 10 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2021-3384
Zaakgegevens
Op 10 augustus 2021 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2021
- Datum publicatie
- 1 september 2021
- Zaaknummer
- 8940440 \ CV EXPL 20-5662
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2021:3384
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering tot betaling van facturen. Eiser heeft de zaak ingetrokken, maar gedaagde ging daar niet mee akkoord. Daarom heeft alsnog een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij eiser in het ongelijk is gesteld en in de proceskosten is veroordeeld.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 8940440 \ CV EXPL 20-5662
Vonnis van 10 augustus 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap CCV GROUP B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,
eisende partij, hierna te noemen CCV,
gemachtigde: A. Niekus
tegen
[gedaagde]
, handelend onder de naam [naam onderneming 1] , tevens handelend onder de naam [naam onderneming 2],
zaakdoende te [vestigingsplaats] , wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,
verschenen in persoon.
1 De procedure
Op 6 april 2021 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen, waarin is bepaald dat een mondelinge behandeling zou worden gehouden. Per brief van 29 juni 2021 heeft CCV laten weten dat zij naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] heeft besloten de vordering in te trekken en te verzoeken om doorhaling van de zaak op de rol. [gedaagde] heeft vervolgens verklaard daar niet mee in te stemmen.
Op 16 juli 2021 heeft daarom de mondelinge behandeling alsnog plaatsgevonden.
CCV is niet verschenen. [gedaagde] is wel verschenen en heeft zijn bezwaar tegen doorhaling toegelicht. Daarop heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen.
2 De beoordeling
CCV heeft bij dagvaarding gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 640,09, plus rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Aan deze vordering heeft CCV ten grondslag gelegd dat de [gedaagde] de facturen 9100580994 van 25 oktober 2018 en 9101504072 van 19 februari 2019 niet heeft betaald. CCV heeft vervolgens te kennen gegeven haar vordering niet te willen handhaven. De vordering zal dan ook worden afgewezen.
CCV wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] betalen. Deze worden begroot op nihil, nu [gedaagde] niet procedeert met een professioneel gemachtigde.