Civiel recht overig
Vonnis in incident. Vordering tot oproeping in vrijwaring wordt toegewezen. Voldoende gesteld dat er een…
Rechtbank Overijssel, 3 november 2021
ECLI:NL:RBOVE:2021:4263 · Rechtbank Overijssel · 3 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2021-4263
Zaakgegevens
Op 3 november 2021 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 3 november 2021
- Datum publicatie
- 15 november 2021
- Zaaknummer
- 268317 / HA ZA 21-284
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.J Postma, mr. A. de Rooij
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2021:4263
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vonnis in incident. Vordering tot oproeping in vrijwaring wordt toegewezen. Voldoende gesteld dat er een rechtsverhouding tussen gedaagde en betrokken makelaar bestaat die mogelijk een verhaalsrecht op de makelaar met zich meebrengt.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 268317 / HA ZA 21-284
Vonnis in incident van 3 november 2021
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident,
hierna te noemen [eiser] ,
advocaat: mr. R.J. Postma
tegen
1 [gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2],
beide wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen in de hoofdzaak, eisende partijen in het incident,
hierna gezamenlijk en in enkelvoud te noemen [gedaagde 1] ,
advocaat: mr. A. de Rooij.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 juni 2021;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in het incident.
Ten slotte is bepaald dat in het incident vonnis zal worden gewezen.
2 Het geschil
in de hoofdzaak
[eiser] heeft in 2019 van [gedaagde 1] voor € 570.000,00 een woning in [plaats 1] gekocht. De woning is in 2020 aan [eiser] geleverd. Vlakbij de woning zijn daarna twee windmolens gebouwd. [eiser] vordert daarom primair een verklaring voor recht dat de woning non-conform is, gedeeltelijke ontbinding en (terug)betaling van € 75.000,00. Subsidiair vordert [eiser] een verklaring voor recht dat de overeenkomst onder invloed van dwaling tot stand is gekomen, wijziging van de overeenkomst en (terug)betaling van € 75.000,00. Meer subsidiair vordert [eiser] een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] heeft gehandeld/nagelaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en schadevergoeding van € 75.000,00. Zowel primair, subsidiair als meer subsidiair vordert [eiser] de rente, buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en nakosten.
in het incident
[gedaagde 1] vordert dat hem wordt toegestaan om de heer [A] , handelend onder de naam [X] Makelaardij, wonende aan de [adres 1] te [plaats 2] en gevestigd aan de [adres 2] te [plaats 2] (hierna: [A] ) in vrijwaring op te roepen. Hiertoe voert [gedaagde 1] aan dat [A] in opdracht van [gedaagde 1] heeft bemiddeld bij de verkoop van de woning. Volgens [gedaagde 1] heeft [A] niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen. [A] heeft [eiser] niet de informatie verstrekt die voor hem van belang was en daarnaast heeft hij [gedaagde 1] niet juist geadviseerd over zijn mededelingsplicht. Indien er in de hoofdzaak geoordeeld zal worden dat aan de zijde van [eiser] schade is ontstaan en [gedaagde 1] zou daarvoor aansprakelijk worden gehouden, dan is dat het gevolg van de schending van de zorgplicht door [A] , aldus [gedaagde 1] .
[eiser] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3 De beoordeling
in het incident
De rechtbank stelt voorop dat een vordering tot vrijwaring in beginsel toewijsbaar is, indien voldoende concreet en gemotiveerd wordt gesteld dat de verzoeker tot vrijwaring in geval van een voor hem ongunstige afloop van de hoofdzaak, krachtens hun onderlinge rechtsverhouding een verhaalsrecht kan hebben op diegene die hij in vrijwaring wenst op te roepen. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde 1] voldoende onderbouwd heeft gesteld dat er een rechtsverhouding tussen [gedaagde 1] en [A] bestaat die voor [gedaagde 1] mogelijk een verhaalsrecht op [A] met zich meebrengt. De vordering tot oproeping in vrijwaring zal dan ook worden toegewezen.
[gedaagde 1] zal worden veroordeeld in de proceskosten van dit incident. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op nihil, nu hij zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
in de hoofdzaak
De rechtbank zal bepalen dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 1 december 2021 voor het nemen van de conclusie van antwoord door [gedaagde 1] .
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4 De beslissing
De rechtbank
in het incident
staat [gedaagde 1] toe om de heer [A] , handelend onder de naam [X] Makelaardij, wonende aan de [adres 1] te [plaats 2] en gevestigd aan de [adres 2] te [plaats 2] , in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de civiele terechtzitting van de rechtbank Overijssel, afdeling civiel, team kanton en handelsrecht, locatie Zwolle op woensdag 1 december 2021, teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden;
veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van dit incident, aan de zijde van [eiser] begroot op nihil;
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 1 december 2021 teneinde [gedaagde 1] in staat te stellen te concluderen voor antwoord;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2021. (SB)