Civiel recht overig
Gedaagde huurt een woning van eisers voor onbepaalde tijd. Tussen partijen is een geschil ontstaan. Eisers…
Rechtbank Overijssel, 28 februari 2025
ECLI:NL:RBOVE:2025:1178 · Rechtbank Overijssel · 28 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2025-1178
Zaakgegevens
Op 28 februari 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almelo
- Datum uitspraak
- 28 februari 2025
- Datum publicatie
- 28 februari 2025
- Zaaknummer
- 11447064 \ CV EXPL 24-2502
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2025:1178
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gedaagde huurt een woning van eisers voor onbepaalde tijd. Tussen partijen is een geschil ontstaan. Eisers zijn een kort geding procedure gestart. Partijen hebben hangende de procedure afspraken met elkaar kunnen maken, die vastgelegd zijn in een vaststellingsovereenkomst, ondertekend op 20 februari 2025. Zij hebben verzocht om pro forma een mondelinge behandeling te gelasten en de vaststellingsovereenkomst aan het proces-verbaal van die mondelinge behandeling te hechten. Tevens is verzocht om de overeengekomen ontruiming van de woning in een vonnis te bekrachtigen.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11447064 \ CV EXPL 24-2502
Vonnis in kort geding van 28 februari 2025
in de zaak van
1 [eiser] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
2. [eiseres],
wonende te [woonplaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. R. Kroon,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A. aan het Rot.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 december 2024 met producties;
- de mondelinge behandeling van 21 januari 2025, waar [eiser] verschenen is, bijgestaan door mr. Kroon. [gedaagde] is niet verschenen;
- het e-mailbericht van 28 januari 2025 van mr. Aan het Rot, waarin wordt verzocht het verstek tegen [gedaagde] te zuiveren en om een nieuwe mondelinge behandeling te bepalen;
- de e-mailberichten van de gemachtigden van partijen van 20 februari 2025 met als bijlage de door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst;
- het proces-verbaal van de pro-forma mondelinge behandeling van 26 februari 2025.
Overeenkomstig het verzoek van partijen is vonnis bepaald.
2 De samenvatting
[gedaagde] huurt een woning van [eisers] voor onbepaalde tijd. Tussen partijen is een geschil ontstaan. [eisers] is een kort geding procedure gestart.
Partijen hebben hangende de procedure afspraken met elkaar kunnen maken, die vastgelegd zijn in een vaststellingsovereenkomst, ondertekend op 20 februari 2025. Zij hebben verzocht om pro forma een mondelinge behandeling te gelasten en de vaststellingsovereenkomst aan het proces-verbaal van die mondelinge behandeling te hechten. Tevens is verzocht om de overeengekomen ontruiming van de woning in een vonnis te bekrachtigen.
3 De beoordeling
De vaststellingsovereenkomst is gehecht achter het proces-verbaal van de pro forma mondelinge behandeling van 26 februari 2025.
De kantonrechter zal de vordering tot ontruiming van de woning toewijzen, nu van de kant van [gedaagde] met die ontruiming wordt ingestemd.
4 De beslissing
De kantonrechter, recht doende in kort geding
veroordeelt [gedaagde] om de woning, staande en gelegen aan de [adres] met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt, uiterlijk op 30 juni 2025 volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels in lege en behoorlijke staat ter vrije beschikking van [eisers] te stellen, met inachtneming van hetgeen partijen hierover onder punt 6. van de vaststellingsovereenkomst hebben opgenomen,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2025.