Civiel recht overig
Vordering ontruiming en betalingen van huurachterstand en contractuele boetes. Vorderingen worden toegwezen.
Rechtbank Overijssel, 9 april 2025
ECLI:NL:RBOVE:2025:2435 · Rechtbank Overijssel · 9 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2025-2435
Zaakgegevens
Op 9 april 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Enschede
- Datum uitspraak
- 9 april 2025
- Datum publicatie
- 17 april 2025
- Zaaknummer
- 11605021 CV EXPL 25-794
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2025:2435
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering ontruiming en betalingen van huurachterstand en contractuele boetes.
Vorderingen worden toegwezen.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11605021 CV EXPL 25-794
Vonnis in kort geding van 9 april 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: mr. M.B. Bollen,
tegen
[gedaagde], h.o.d.n. [bedrijf],
wonende en zaakdoende te [woonplaats 2],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de mondelinge behandeling d.d. 9 april 2025;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijn en formaliteiten in acht genomen.
[eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt:
-
binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte aan de [adres] te ontruimen, in goede staat op te leveren en deze vervolgens ontruimd te houden onder afgifte van de sleutels;
-
tot betaling aan [eiser] van de huurachterstand tot en met 28 februari 2025 van
€ 6.420,00, € 900,00 aan opeisbare contractuele boetes en vermeerderd met de contractuele boete van € 300,00 per maand of gedeelte daaarvan ingaande op de eerste dag van elke betrokken betalingsperiode; in de proceskosten en nakosten.
De vordering komt de kantonrechter voldoende spoedeisend en niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen met inachtneming van het navolgende. Voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst van partijen,
vanwege de huurachterstand en de daardoor ontstane toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde], zal worden ontbonden en [gedaagde] zal worden veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de huurachterstand vermeerderd met de opeisbare contractuele boetes.
De gevorderde contractuele boete van € 300,00 ingaande op de eerste dag van elke betrokken betalingsperiode zal evenwel worden afgewezen nu die boete nog niet opeisbaar is en het op voorhand niet vaststaat dat [gedaagde] een dergelijke boete verschuldigd zal worden.
De ontruimingstermijn zal daarbij, conform landelijk beleid, vastgesteld worden op zes weken na betekening van dit vonnis.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 257,00
- salaris gemachtigde € 543,00
- nakosten € 135,00
totaal € 1.080,45
3 De beslissing
De kantonrechter, recht doende in kort geding,
veroordeelt [gedaagde] om binnen zes weken na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte aan de [adres] met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt te ontruimen, in goede staat op te leveren en deze vervolgens ontruimd te houden onder afgifte van de sleutels,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 6.420,00 aan [eiser] ter zake achterstallige huur tot en met februari 2025, vermeerderd met € 900,00 aan opeisbare contractuele boete,
veroordeelt Leelang in de proceskosten van € 1.080,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de wettelijke rente hierover betalen,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
wijst af het meer of anders gevorderde.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, op 9 april 2025. |
||