Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel, 2 december 2025

Zaakgegevens

Op 2 december 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
2 december 2025
Datum publicatie
5 december 2025
Zaaknummer
11877112 \ EJ VERZ 25-256
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:6981
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdeling proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer / rekestnummer: 11877112 \ EJ VERZ 25-256

Beschikking van 2 december 2025

in de zaak van

[verzoeker] B.V.,

te [vestigingsplaats],

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: mr. H.B.J. de Boer,

tegen

[verweerder] ,

te [woonplaats],

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. E.J. Bijl.

1 De procedure

1.1.

De procedure is aanhangig gemaakt met een verzoekschrift van [verzoeker], gevolgd door een verweerschrift (met tegenverzoek) van [verweerder]. Nadien zijn de verzoeken over en weer ingetrokken. [verweerder] heeft ten slotte gevraagd om een beslissing over de proceskosten. Daarop heeft [verzoeker] gereageerd.

1.2.

De beschikking, die een beslissing over de proceskosten inhoudt, is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

[verweerder] heeft in haar verweerschrift gevraagd om [verzoeker] te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder het salaris van de gemachtigde te vermeerderen met de wettelijke rente. Vervolgens heeft [verweerder] in een e-mail in het debat over de proceskosten verzocht om [verzoeker] te veroordelen in de werkelijke proceskosten die hij heeft gemaakt in de periode van 1 september 2025 tot en met 5 november 2025. Volgens [verweerder] betreft dat een bedrag van € 3.708,00 exclusief BTW bij een uurtarief van € 240,00 exclusief BTW en 15,45 declarabele uren.

2.2.

[verzoeker] heeft tegen dit verzoek aangevoerd dat zij ook diverse (juridische) kosten heeft gemaakt en dat zij ook de kosten van de te starten mediation zal dragen. Zij vraagt in deze procedure om een compensatie van kosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

2.3.

De kantonrechter overweegt het volgende. [verzoeker] is een verzoekschriftprocedure gestart en zij heeft haar verzoek daarna ingetrokken. Naar het oordeel van de kantonrechter past daarbij dat [verzoeker] wordt veroordeeld in de kosten van de procedure. Voor de vaststelling van de hoogte van de kosten zal de kantonrechter uitgaan van het geldende liquidatietarief in WWZ procedures. Dat betekent dat [verzoeker] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 543,00 voor salaris gemachtigde te vermeerderen met de wettelijke rente zoals vermeld in de beslissing.

2.4.

De kantonrechter ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten. Daarvoor is vereist dat sprake is van misbruik van procesrecht en/of onrechtmatig procederen en naar het oordeel van de kantonrechter is dat in deze procedure niet aan de orde.

3 De beslissing

De kantonrechter,

3.1.

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 543,00 voor salaris gemachtigde,

3.2.

veroordeelt [verzoeker] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,

3.3.

verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025. (ap)