Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel, 7 januari 2025

Zaakgegevens

Op 7 januari 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
7 januari 2025
Datum publicatie
10 januari 2025
Zaaknummer
11157829 \ CV EXPL 24-2296
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:78
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11157829 \ CV EXPL 24-2296

Herstelvonnis van 7 januari 2025

in de zaak van

FIRMA DYNALOGICAL,

te Emmen,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Dynalogical,

gemachtigde: mr. D.J.H. Dijkstra,

tegen

[partij A] , h.o.d.n. [bedrijf],

te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [partij A],

gemachtigde: mr. J.H.M. Döbber.

1 Het verzoek tot verbetering

1.1.

Bij brief van 5 december 2024 is namens Dynalogical de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 3 december 2024 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat:

  1. verzocht wordt om het vonnis aan te vullen en alsnog een beslissing te nemen op de proceskostenveroordeling in reconventie, omdat geen beslissing genomen op de proceskosten in reconventie is genomen; en

  2. verzocht wordt om het vonnis te verbeteren, omdat de onder 5.23 toegewezen proceskosten niet uitkomen op een totaalbedrag van 5 1223,39.

1.2.

De kantonrechter heeft [partij A] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij brief van 19 december 2024 heeft mr. Döbber namens [partij A] aan de kantonrechter bericht:

  1. wel bezwaar te hebben aanvulling van het dictum met proceskosten in reconventie, omdat de opgenomen proceskostenveroordeling zowel op de conventie als de reconventie ziet; en

  2. geen bezwaar te hebben tegen verbetering van het onder 5.23 toegewezen bedrag aan proceskosten.

1.3.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

2 De beoordeling

2.1.

De kantonrechter is van oordeel dat in het vonnis van 3 december 2024 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent waar het de hoogte van de toegewezen proceskostenveroordeling betreft. Er is namelijk sprake van een optelfout, nu de bedragen genoemd in rov. 5.23 optellen tot € 1.207,39 in plaats van het vermelde bedrag van € 1.223,39. De kantonrechter zal het verzoek toewijzen als volgt:

Rechtsoverweging 5.23, waar staat:

“Totaal € 1.223,39”

wordt gewijzigd in:

“Totaal € 1.207,39”

en rechtsoverweging 6.3, waar staat:

“veroordeelt [partij A] in de proceskosten van 1.223,39, (…)”

wordt gewijzigd in:

“veroordeelt [partij A] in de proceskosten van 1.207,39, (…)”.

2.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter is ten aanzien van de vraag of [partij A] ook is veroordeeld in de proceskosten in reconventie geen sprake van een kennelijke fout die zich voor herstel leent. De kantonrechter heeft [partij A] in het vonnis van 3 december 2024 veroordeeld in de proceskosten en deze begroot op € 1.207,39. Zoals volgt uit rov. 6.3 van het vonnis (het dictum) betreft dit zowel de beslissing in conventie als in reconventie. Voor zover Dynalogical meent dat die beslissing onjuist is, dient daartegen hoger beroep te worden ingesteld. Een reden voor herstel, is dat niet. De kantonrechter zal het verzoek op dit punt daarom afwijzen.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

bepaalt dat rov. 5.23 van het op 3 december 2024 tussen Dynalogical en [partij A] gewezen vonnis, waar staat

“Totaal € 1.223,39”

wordt gewijzigd in:

“Totaal € 1.207,39”

en rechtsoverweging 6.3, waar staat:

“veroordeelt [partij A] in de proceskosten van 1.223,39, (…)”

wordt gewijzigd in:

“veroordeelt [partij A] in de proceskosten van 1.207,39, (…)”.

3.2.

wijst het verzoek voor het overige af;

3.3.

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 8 januari 2025 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 3 december 2024;

3.4.

gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 3 december 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Rozeboom en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2025.