Civiel recht overig
Tussen partijen is een huurovereenkomst met betrekking tot een garagebox. De kantonrechter wijst toe de…
Rechtbank Overijssel, 4 maart 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:1178 · Rechtbank Overijssel · 4 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2026-1178
Zaakgegevens
Op 4 maart 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Enschede
- Datum uitspraak
- 4 maart 2026
- Datum publicatie
- 5 maart 2026
- Zaaknummer
- 12042898 \ CV EXPL 26-6
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:1178
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussen partijen is een huurovereenkomst met betrekking tot een garagebox. De kantonrechter wijst toe de ontruiming van de garagebox en betaling van de achterstallige huur.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12042898 \ CV EXPL 26-6
Vonnis in kort geding van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. O. Saaliti,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de mondelinge behandeling van 18 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de verstekverlening tegen [gedaagde] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Vorderingen
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend.
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.
Proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
171,20 |
|
|
- griffierecht |
€ |
93,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
577,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
totaal |
€ |
985,20 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3 De beslissing
De kantonrechter
verklaart voor recht dat de huurovereenkomst op 12 november 2025 is geëindigd,
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de garagebox nummer [nummer] , onderdeel van het complex [complex] aan de [adres] , te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken,
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser] :
a. a) € 300,00 aan achterstallige huur tot en met 11 november 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 13 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
b) € 150,00 per maand of gedeelte daarvan vanaf 12 november 2026 tot en met de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de eerste dag (de 12e) van de betreffende maand tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 985,20, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2 tot en met 3.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken door mr. J.B. de Groot op 4 maart 2026.