Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel, 19 juni 2026

Zaakgegevens

Op 19 juni 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
19 juni 2026
Datum publicatie
20 juni 2026
Zaaknummer
12211261 / EJ VERZ 26-138
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:3467
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

handlichting

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer / rekestnummer: 12211261 / EJ VERZ 26-138

Beschikking van 19 juni 2026

in de zaak van

MEES FINN AKKERMAN

geboren 16 januari 2010,

wonende te Zwolle,

verzoekende partij, hierna te noemen: Mees.

1 De procedure

1.1

Mees heeft op 30 april 2026 een verzoekschrift tot het verkrijgen van handlichting ingediend ingevolge artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

1.2

Op dit verzoekschrift hebben Mees en zijn ouders op 26 mei 2026 een nadere (schriftelijke) toelichting gegeven.

1.3

Hierna is de beschikking bepaald op vandaag.

2 Het verzoek

2.1

Mees is minderjarig en verzoekt de kantonrechter om hem zogenoemde handlichting te verlenen. De bedoeling van dat verzoek is dat Mees als minderjarige bepaalde bevoegdheden krijgt om als ondernemer te werken. De handlichting is onder andere nodig voor het ontvangen van inkomsten, het aangaan van een huurovereenkomst en het openen van een zakelijke bankrekening.

2.2

De vader en moeder van Mees, zijn wettelijk vertegenwoordigers, hebben toestemming verleend en hebben het verzoek ook medeondertekend.

2.3

Op de vragen van de kantonrechter is door Mees en zijn ouders een schriftelijke toelichting gegeven.

3 De beoordeling

3.1

De kantonrechter zal het verzoek van Mees om hem handlichting te verlenen toewijzen, zoals hieronder wordt uitgelegd.

3.2

Handlichting betekent dat aan een minderjarige bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige worden toegekend (artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek). Handlichting kan, wanneer de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek door de kantonrechter worden verleend. Bij het verlenen van de handlichting moet de kantonrechter bepalen welke bevoegdheden aan de minderjarige worden toegekend.

3.3

Mees heeft toegelicht dat hij al sinds hij twaalf jaar is een bijbaantje heeft in een barbershop. Hier is hij bekend geworden met het beroep barber. In het afgelopen jaar heeft hij veel ervaring opgedaan en per september van dit jaar zal hij gaan starten met een BBL-kappersopleiding in Utrecht. Naast zijn studie zal hij een stoel huren bij een barbershop in Zwolle. Mees heeft zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en vraagt de kantonrechter hem handlichting te verlenen en hem hierbij de volgende bevoegdheden toe te kennen:

  • het ontvangen van inkomsten en de beschikking daarover;

  • het sluiten van een huurovereenkomst voor werkplek (een kappersstoel) bij de barbershop;

  • het openen van een zakelijke bankrekening;

  • het aangaan van zakelijke overeenkomsten;

  • het afsluiten van verzekeringen voor zijn bedrijf.

3.4

De kantonrechter is van oordeel dat Mees voldoende heeft uitgelegd waarom hij de verzochte handlichting nodig heeft. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Mees de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en dat zijn ouders met dit verzoek instemmen en dat zijn ouders hem hierin ook ondersteunen.

3.5

De kantonrechter overweegt dat Mees bevoegd is overeenkomsten aan te gaan tot een bepaald maximumbedrag. Mees heeft in dit verband een bedrag van € 5.000,- genoemd, welk bedrag de kantonrechter passend en toereikend acht. Voor het aangaan van overeenkomsten die dit bedrag te boven gaan, is de toestemming van zijn ouders vereist.

3.6

Indien in de toekomst blijkt dat de onderneming groeit en de bedragen van de overeenkomsten (steeds) hoger uitvallen dan voornoemde € 5.000,-, heeft Mees de mogelijkheid om met zijn ouders een nieuw verzoek bij de kantonrechter in te dienen tot vaststelling van een hoger bedrag waarbinnen hij zelfstandig overeenkomsten kan sluiten.

3.7

De bij deze uitspraak (beschikking) verleende handlichting werkt niet meteen vanaf de datum van de uitspraak. De handlichting werkt volgens de wet pas vanaf de datum van publicatie van deze uitspraak in de Staatscourant (artikel 1:237 van het Burgerlijk Wetboek). Zo kunnen derden daarvan kennis nemen. De kantonrechter zal bepalen dat de griffier voor publicatie in de online Staatscourant zal zorgdragen. Daarnaast zal de uitspraak door de griffier worden gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zodat de inhoud daarvan ook via die weg kenbaar is voor derden.

3.8

Mees moet wel zelf zorgen voor inschrijving van de handlichting in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De kantonrechter verwijst naar artikel 36 van het Handelsregisterbesluit 2008.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1

verleent aan Mees Finn Akkerman, geboren op 16 januari 2010 te Sneek, handlichting tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen, waaronder het ontvangen van inkomsten uit de onderneming, het sluiten van een huurovereenkomst voor een werkplek en het openen van een zakelijke bankrekening;

4.2

verleent aan Mees Finn Akkerman handlichting tot het zelfstandig sluiten van overeenkomsten tot een bedrag van € 5.000,-;

4.3

bepaalt dat de griffier zorg zal dragen voor (niet geanonimiseerde) publicatie in de (online) Staatscourant en op de website van de Rechtspraak (www.rechtspraak.nl),

4.4

wijst Mees er op dat deze handlichting ook moet worden ingeschreven in het Handelsregister door opgave aan de Kamer van Koophandel.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026. (jb)