Civiel recht overig

Regelrechterzaak inhoudende een huurgeschil (inhouding borg bij einde huur).

Rechtbank Overijssel, 9 juni 2026

Zaakgegevens

Op 9 juni 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Enschede
Datum uitspraak
9 juni 2026
Datum publicatie
20 juni 2026
Zaaknummer
12103738 \ RR FORM 26-10
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:3474
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regelrechterzaak inhoudende een huurgeschil (inhouding borg bij einde huur).

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12103738 \ RR FORM 26-10

Vonnis van 9 juni 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eisende partij, hierna te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

tegen

de vennootschap onder firma,

SMART WONEN,

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,

gedaagde partij, hierna te noemen: Smart Wonen,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het aanvraagformulier van [eiser];

- de schriftelijke reactie van Smart wonen.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

[eiser] heeft over een periode van 1 augustus 2022 tot 1 augustus 2025 een kamer aan de [adres] (hierna: het gehuurde) van Smart Wonen gehuurd.

2.2

Bij het einde van de huurovereenkomst heeft Smart Wonen een bedrag van € 75,00 ingehouden op de waarborgsom.

3 Het geschil en de beoordeling

3.1

[eiser] vordert veroordeling van Smart Wonen tot betaling van € 75,00 en de proceskosten. [eiser] legt hieraan ten grondslag dat Smart Wonen ten onrechte een bedrag van € 75,00 op de waarborgsom heeft ingehouden. Volgens [eiser] heeft hij het gehuurde naar behoren opgeleverd; nu geen opnamestaat van het gehuurde is opgemaakt, wordt verondersteld dat [eiser] het gehuurde heeft opgeleverd zoals hij deze ook heeft ontvangen.

3.2

Smart Wonen heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Smart Wonen heeft de regelrechter laten weten het ingehouden borgbedrag en de proceskosten aan [eiser] terug te betalen en niet op de mondelinge behandeling te zullen verschijnen.

3.3

[eiser] heeft vonnis verzocht. Nu Smart Wonen geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering staat deze vast en kan deze worden toegewezen. Smart Wonen moet het bedrag van € 75,00 aan ingehouden waarborgsom en het griffierecht van € 93,00 dus aan [eiser] betalen en wordt daartoe veroordeeld. De regelrechter merkt daarbij op dat, als Smart Wonen het totaalbedrag van € 168,00 al aan [eiser] heeft betaald, zij niets meer aan [eiser] is verschuldigd.

4 De beslissing

De regelrechter:

4.1

veroordeelt Smart Wonen tot betaling van een bedrag van € 75,00 aan [eiser];

4.2

veroordeelt Smart Wonen tot betaling van de proceskosten van € 93,00 aan [eiser];

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.