Civiel recht overig

Regelrechterzaak over niet geleverde plantenvoeding.

Rechtbank Overijssel, 9 juni 2026

Zaakgegevens

Op 9 juni 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Enschede
Datum uitspraak
9 juni 2026
Datum publicatie
20 juni 2026
Zaaknummer
12162011 \ RR FORM 26-20
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:3478
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Regelrechterzaak over niet geleverde plantenvoeding.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12162011 \ RR FORM 26-20

Vonnis van 9 juni 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij, hierna te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het aanvraagformulier van [eiser];

- de mondelinge behandeling van 22 mei 2026. Bij deze mondelinge behandeling is niemand verschenen;

- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1

[eiser] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 50,00. [eiser] heeft dit bedrag aan [gedaagde] betaald. [gedaagde] zou op zijn beurt plantenvoeding aan [eiser] leveren.

2.2

[gedaagde] is niet verschenen en daarom is tegen hem verstek verleend. Dit betekent dat de regelrechter de vordering toewijst als haar deze niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.3

De regelrechter overweegt als volgt. Uit het aanvraagformulier van [eiser] blijkt dat [eiser] op 22 maart 2026 een bedrag van € 50,00 aan [gedaagde] heeft overgemaakt. Vervolgens heeft [eiser] vier dagen later, op 26 maart 2026 een aanvraagformulier voor de regelrechter ingevuld waarin zij de € 50,- van [gedaagde] terug eist. [eiser] heeft niet toegelicht op welke grond [gedaagde] dit bedrag zou moeten terugbetalen, of er een termijn voor levering is afgesproken en of [gedaagde] in verzuim is. Ook is [eiser] niet bij de mondelinge behandeling van 22 mei 2026 verschenen om vragen te beantwoorden en de vordering nader toe te lichten. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat zij onvoldoende is geïnformeerd om tot toewijzing van de vordering te kunnen komen. De vordering wordt daarom als ongegrond afgewezen.

3 De beslissing

De regelrechter wijst de vorderingen af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.