Civiel recht overig

vordering toebedeling woning verklaring eiser gerechtigd is tot verrekening vordering verplichte medewerking…

Rechtbank Overijssel, 10 juni 2026

Zaakgegevens

Op 10 juni 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
10 juni 2026
Datum publicatie
25 juni 2026
Zaaknummer
C/08/347413 / HA ZA 26-148
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. J.L. Kale
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:3537
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vordering toebedeling woning

verklaring eiser gerechtigd is tot verrekening

vordering verplichte medewerking verlenen notarieel transport woning

vordering betaling van verbeurde dwangsommen

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: C/08/347413 / HA ZA 26-148

Vonnis van 10 juni 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. J.L. Kale,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1

[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2

De vordering komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

De proceskosten

2.3

[eiser] heeft bij dagvaarding geen proceskostenveroordeling van [gedaagde] gevorderd en zich ook niet anderszins over de proceskosten uitgelaten. Gelet op de relatie tussen partijen zal de rechtbank beslissen dat de proceskosten gecompenseerd worden. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten moet dragen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

bepaalt dat de woning aan de [adres], aan [eiser] wordt toegescheiden,

3.2

bepaalt dat [eiser] zal bewerkstelligen dat bij toedeling van de woning aan [eiser] [gedaagde] wordt ontslagen van alle verplichtingen met betrekking tot de hypotheek ([nummer 1]),

3.3

bepaalt dat het spaartegoed behorend bij de hypotheek ([nummer 1]) zoals dat saldo zal blijken te zijn ten tijde van na te noemen transport wordt toegescheiden aan de vrouw,

3.4

bepaalt dat [eiser] aan [gedaagde] dient te betalen een bedrag van € 79.429,59 ter zake de waarde van zijn aandeel in de woning bij gelegenheid van transport,

3.5

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 73.394,22 ter zake van de in randnummer [nummer 2] van de dagvaarding genoemde posten,

3.6

bepaalt dat [eiser] gerechtigd is tot verrekening van het bedrag vermeld onder 3.4. en 3.5. te verrekenen, zodat per saldo een door [eiser] aan [gedaagde] te betalen bedrag resteert van € 6.035,37, een en ander zoals bedoeld in randnummer [nummer 3] van de dagvaarding, met bepaling dat dit bedrag door [eiser] aan [gedaagde] voldaan dient te worden bij gelegenheid van transport van (het aandeel van [gedaagde] in) de woning aan de [adres],

3.7

bepaalt dat [eiser] de persoon van de notaris aanwijst en te bepalen dat de kosten van levering/transport voor rekening van partijen gezamenlijk komen, ieder voor de helft en dat de notaris ter zake gerechtigd is over te gaan tot verrekening,

3.8

veroordeelt [gedaagde] mee te werken aan transport, zulks binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en, bij gebreke van medewerking van [gedaagde] aan bedoeld transport, te bepalen dat het in deze zaak te wijzen vonnis op grond van artikel 3:300 BW in de plaats treedt van de voor de levering vereiste medewerking en/of wilsverklaring van [gedaagde], alles in het kader van het notarieel transport van het aandeel van [gedaagde] in de woning gelegen aan de [adres], kadastraal bekend [locatie],

3.9

compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.10

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.11

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.