Civiel recht overig
Tekortkoming in de nakoming van aannemingsovereenkomst Aansprakelijkstelling bewindvoerder van aannemer.
Rechtbank Overijssel, 3 juni 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:3538 · Rechtbank Overijssel · 3 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2026-3538
Zaakgegevens
Op 3 juni 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 3 juni 2026
- Datum publicatie
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- C/08/345975 / HA ZA 26-95
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.S. Muller
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:3538
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tekortkoming in de nakoming van aannemingsovereenkomst
Aansprakelijkstelling bewindvoerder van aannemer.
Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/345975 / HA ZA 26-95
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. D.S. Muller,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [gedaagde] Bewind,
in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [betrokkene], handelend onder de naam [bedrijf 2],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
De proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
157,50 |
|
|
- griffierecht |
€ |
1.414,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.290,00 |
(1 punt × € 1.290,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
3.050,50 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen
-
een bedrag van € 62.785,88 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 21 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
-
een bedrag van € 2.885,85 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 15 maart 2024 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.050,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.