Civiel recht overig

Erfrecht, verzoek ontslag executeur.

Rechtbank Overijssel, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Almelo
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
25 juli 2026
Zaaknummer
12021539 \ EJ VERZ 25-243
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:4575
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Erfrecht, verzoek ontslag executeur.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 12021539 \ EJ VERZ 25-243

Beschikking van de kantonrechter van 14 juli 2026

in de zaak van

[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats 1],

verzoeker,

procederende in persoon,

tegen

1 [verweerster],
wonende te [woonplaats 2],

2. [verweerder],
wonende te [woonplaats 3],

verweerders,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend, ontvangen op 18 december 2025, ingevolge artikel 4:149 van het Burgerlijk Wetboek (BW) strekkende tot het ontslag van verweerders van hun taak van executeur van de nalatenschap van mevrouw [erflaatster].

1.2.

Verweerders hebben een verweerschrift ingediend, ontvangen op 29 januari 2026.

1.3.

Het verzoek is behandeld op 16 april 2026 waar verzoeker en verweerders zijn verschenen.

1.4.

Tijdens de mondelinge behandeling is de mogelijkheid van een mediationtraject besproken. Partijen waren hiertoe bereid en hebben mediation beproefd. Het mediationtraject heeft niet tot overeenstemming geleid. Hiervan heeft de kantonrechter op 24 juni 2026 bericht ontvangen van het Bureau Mediation.

1.5.

De kantonrechter heeft vervolgens beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Verzoeker en verweerders zijn broers en zus van elkaar. Hun moeder, mevrouw [erflaatster], hierna te noemen: erflaatster, is op [datum] 2025 overleden en had als laatste woonplaats [woonplaats 4].

2.2.

In het testament van erflaatster van 7 januari 2009 zijn verweerders benoemd tot executeur. Verweerders hebben de benoeming aanvaard.

3 Het geschil

Het verzoek

3.1.

Verzoeker meent dat verweerders hun taken als executeur niet goed uitvoeren en heeft daartoe kort samengevat het navolgende aangevoerd. Executeurs hebben geld onttrokken aan de rekening van erflaatster dan wel het is onduidelijk wat er met het geld is gebeurd. [verweerder] dient nog een bedrag terug te betalen dan wel dit bedrag dient in mindering te worden gebracht op zijn erfdeel. Ook moet er nog een verklaring van erfrecht komen.

Het verweer

3.2.

Verweerders hebben betwist dat zij tekort zijn geschoten in het uitvoeren van hun taken als executeur van de nalatenschap. Zij zijn niet op de hoogte gesteld van het overlijden van erflaatster. Dit hebben zij van een derde vernomen. De werkzaamheden van de executeurs zijn grotendeels klaar.

4 De beoordeling

4.1.

De taak van een executeur eindigt op grond van artikel 4:149 lid 1 sub f van het Burgerlijk Wetboek (BW) door ontslag dat hem door de kantonrechter met ingang van een bepaalde dag wordt verleend op verzoek van, onder meer, een erfgenaam (artikel 4:149, lid 2 BW). Een dergelijk verzoek dient gebaseerd te zijn op gewichtige redenen.

4.2.

De taak van de executeur bestaat uit het beheer van de nalatenschap en uit het voldoen van de schulden van de nalatenschap.

4.3.

Verweerders hebben gemotiveerd betwist dat zij hun taken als executeur niet goed zouden uitoefenen. Zij voeren aan dat de werkzaamheden als executeurs grotendeels zijn uitgevoerd.

4.4.

Verzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij alsnog akkoord gaat dat verweerders verder gaan met hun werk als executeur.

4.5.

Gelet op het bovenstaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat niet is gebleken van gewichtige redenen die tot het ontslag van de executeurs dienen te leiden. Derhalve zal het verzoek om verweerders als executeur te ontslaan worden afgewezen.

4.6.

De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.

5 De beslissing

5.1.

Wijst het verzoek af.

5.2.

Compenseert de kosten zodanig dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. A. Smedes, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.

(JHd(O)