Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel, 3 juli 2026

Zaakgegevens

Op 3 juli 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Almelo
Datum uitspraak
3 juli 2026
Datum publicatie
31 juli 2026
Zaaknummer
12251959 \ CV EXPL 26-957
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:4662
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huurgeschil.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12251959 \ CV EXPL 26-957

Vonnis in kort geding van 3 juli 2026

in de zaak van

STICHTING VIVERION,

te Lochem,

eisende partij,

hierna te noemen: Viverion,

gemachtigde: mr. R. Boekhoff,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding.

1.2

Op 2 juli 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij was mevrouw [naam] namens Viverion aanwezig, bijgestaan door mr. R. Boekhoff.

[gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

1.3

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De situatie

2.1

Sinds 20 oktober 2009 verhuurt Viverion de woning aan de [adres] (hierna: het gehuurde) aan [gedaagde].

2.2

Viverion wil – kort gezegd – dat [gedaagde] meewerkt aan een inspectie van het gehuurde en dat zij vervolgens instructies opvolgt die zien op uitvoering van (de uit de inspectie gebleken noodzakelijke en hieruit voortvloeiende) werkzaamheden in het gehuurde. [gedaagde] heeft tot op heden niet meegewerkt aan een inspectie van het gehuurde. Viverion vordert ontruiming van het gehuurde voor het geval [gedaagde] medewerking blijft weigeren; een voorwaardelijke ontruiming dus.

3 De beoordeling

3.1

[gedaagde] is niet verschenen. De voorzieningenrechter heeft aan de hand van de betekende dagvaarding geconstateerd dat [gedaagde] correct is opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Aangezien ook de overige bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, heeft de voorzieningenrechter tegen [gedaagde] verstek verleend.

3.2

De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen als hierna volgt.

3.3

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Viverion worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

(1 punt × € 577,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.013,02

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1

veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming (met al het hare en de personen die zijdens haar in de hierna te noemen woning verblijven) van de door haar van Viverion gehuurde woning c.a., staande en gelegen aan de [adres], gemeente Hof van Twente, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, indien en zodra [gedaagde] weigert om binnen een periode van één week tot één jaar na datum van dit vonnis de instructies van medewerkers in dienst of in opdracht van Viverion adequaat en direct op te volgen, die zien op:

  1. de inspectie van de gehuurde woonruimte ter controle van de naleving van de verplichtingen van [gedaagde] op grond van de Algemene huurvoorwaarden, en

  2. de uitvoering van de uit de inspectie gebleken noodzakelijke en hieruit voortvloeiende werkzaamheden in het gehuurde;

4.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.013,02, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening,

4.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026. (JK)