Civiel recht overig

Ontbinding arbeidsovereenkomst; g-grond

Rechtbank Overijssel, 28 juli 2026

Zaakgegevens

Op 28 juli 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
28 juli 2026
Datum publicatie
8 augustus 2026
Zaaknummer
12285877 \ EJ VERZ 26-198
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:4881
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontbinding arbeidsovereenkomst; g-grond

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer / rekestnummer: 12285877 \ EJ VERZ 26-198

Beschikking van 28 juli 2026

in de zaak van

STICHTING ORTHOPEDAGOGISCH INSTITUUT DEVENTER,

te Deventer,

verzoekende partij,

hierna te noemen: SOI,

gemachtigde: mr. S.M.C. Verheyden,

tegen

[gedaagde] ,

te [woonplaats],

verwerende partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. P. Hulsegge.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift

- de mondelinge behandeling van 27 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1

Aan het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden legt SOI ten grondslag dat de arbeidsverhouding duurzaam en onherstelbaar is verstoord en dat herplaatsing van [gedaagde] niet meer mogelijk is.

2.2

[gedaagde] erkent dat de arbeidsverhouding inmiddels zodanig is verstoord dat van SOI in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook [gedaagde] ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing. [gedaagde] ziet af van de eerder (subsidiair) door haar verzochte billijke vergoeding.

2.3

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden. Gelet op de standpunten van partijen bestaat een redelijke grond voor ontbinding, namelijk een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van SOI in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van [gedaagde]. Het eindigen van de arbeidsovereenkomst is niet aan [gedaagde] te wijten.

2.4

Er is geen opzegverbod dat in de weg staat aan ontbinding.

2.5

De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met ingang van 1 december 2026. Daarbij is rekening gehouden met de opzegtermijn, de duur van deze procedure en hetgeen door partijen is verzocht.

2.6

Partijen zijn het er ook over eens dat [gedaagde] aanspraak heeft op een transitievergoeding van € 24.639,00 bruto. SOI zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding.

2.7

SOI heeft op de zitting verklaard dat geen gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid om het verzoek in te trekken. SOI hoeft daarom ook geen gelegenheid te krijgen voor intrekking.

2.8

Gezien de uitkomst van de zaak is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2026,

3.2

veroordeelt SOI om aan [gedaagde] een transitievergoeding te betalen van € 24.639,00 bruto,

3.3

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

3.4

verklaart deze beschikking tot uitvoerbaar bij voorraad,

3.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.O. Frentrop en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2026. (ap)