Civiel recht overig

Toewijzing vorderingen in verstek

Rechtbank Overijssel, 29 juli 2026

Zaakgegevens

Op 29 juli 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Almelo
Datum uitspraak
29 juli 2026
Datum publicatie
9 augustus 2026
Zaaknummer
C/08/349212 / HA ZA 26-229
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. H.C. Vroege
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:4891
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toewijzing vorderingen in verstek

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/349212 / HA ZA 26-229

Vonnis van 29 juli 2026

in de zaak van

de vennootschap naar Oostenrijks recht,

PIERER NEW MOBILITY GMBH,

gevestigd te Munderfing (Oostenrijk),

eisende partij, hierna te noemen: Pierer,

advocaat: mr. H.C. Vroege,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1

Pierer heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2

Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als hierna te melden worden toegewezen.

2.3

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Pierer worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

155,02

- griffierecht

€

3.083,00

- salaris advocaat

€

836,00

(1 punt × € 836,00)

- nakosten

€

189,00

Totaal

€

4.263,02

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Pierer van een bedrag van € 33.749,89, te vermeerderen met 12% rente over een bedrag van € 32.490,55 vanaf 1 oktober 2024 tot de dag van gehele voldoening;

3.2

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Pierer van een bedrag van € 989,10 voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

3.3

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.263,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.