Civiel recht overig

Heropening vereffening ex art. 2:23c BW

Rechtbank Overijssel, 4 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Almelo
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Datum publicatie
15 augustus 2026
Zaaknummer
C/08/350348 / HA RK 26-94
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. L.A.M. Stortelder.
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:4997
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Heropening vereffening ex art. 2:23c BW

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer / rekestnummer: C/08/350348 / HA RK 26-94

Beschikking van 4 augustus 2026

in de zaak van

[verzoekster] B.V.,

te [vestigingsplaats 1] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoekster] ,

advocaat: mr. L.A.M. Stortelder.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties,

- het e-mailbericht van 3 augustus 2026 van de zijde van [verzoekster] .

1.2

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1

Het verzoek strekt tot heropening van de vereffening van [bedrijf] B.V., laatstelijk gevestigd te [vestigingsplaats 2] (hierna: [bedrijf]) en benoeming van een vereffenaar als bedoeld in artikel 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2.2

De rechtbank heeft (de advocaat van) [verzoekster] bij e-mailbericht van
3 augustus 2026 verzocht om nadere informatie/stukken te verstrekken. Bij e-mailbericht van 3 augustus 2026 is dit gedaan.

2.3

Gelet op de inhoud van het verzoekschrift, de (aanvullende) producties en de aanvullende toelichting is de rechtbank van oordeel dat [verzoekster] belanghebbende is bij de heropening van de vereffening van [bedrijf]. Daarnaast heeft [verzoekster] met het verzoekschrift en de (aanvullende) stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een noodzaak tot heropening van de vereffening en van een noodzaak tot het benoemen van een vereffenaar vanwege een mogelijke bate. De in het verzoekschrift voorgestelde persoon, te weten de heer [naam] , zal als zodanig worden benoemd. Uit de overgelegde verklaring bij het e-mailbericht van 3 augustus 2026 blijkt dat hij daartoe bereid is.

2.4

Aangezien niet is gebleken dat er mogelijk andere belanghebbenden zijn bij het verzoek, heeft de rechtbank afgezien van een mondelinge behandeling.

2.5

De vereffenaar dient, zoals bepaald in artikel 2:23 lid 4 BW, ervoor zorg te dragen dat zijn optreden als vereffenaar ingeschreven wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en hij moet daartoe de benodigde gegevens aan de Kamer van Koophandel verstrekken.

2.6

Hoewel [verzoekster] dat niet heeft verzocht, zal deze beschikking ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, waartoe artikel 288 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de mogelijkheid biedt. De rechtbank acht het wenselijk dat de vereffenaar zijn taak op korte termijn zal kunnen gaan vervullen.

2.7

[verzoekster] verzoekt te bepalen dat de kosten met betrekking tot het onderhavige verzoek worden aangemerkt als kosten van vereffening. De rechtbank zal dit verzoek toewijzen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

heropent de vereffening van het vermogen van [bedrijf] B.V., laatstelijk gevestigd te [vestigingsplaats 2],

3.2

benoemt tot vereffenaar de heer [naam] , wonende te [woonplaats] ,

3.3

bepaalt dat de griffier van deze benoeming terstond aan de vereffenaar mededeling doet,

3.4

bepaalt dat de vereffenaar ervoor zorg dient te dragen dat zijn optreden als vereffenaar wordt ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel,

3.5

bepaalt dat de kosten van deze procedure ten laste van de vereffening zullen komen,

3.6

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op

4 augustus 2026.