Civiel recht overig

De Friesland Zorgverzekeraar heeft het door gedaagde aan haar verschuldigde bedrag teruggestort, omdat zij de…

Rechtbank Overijssel, 18 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 18 augustus 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
18 augustus 2026
Datum publicatie
29 augustus 2026
Zaaknummer
12238899 \ CV EXPL 26-1726
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:5235
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Friesland Zorgverzekeraar heeft het door gedaagde aan haar verschuldigde bedrag teruggestort, omdat zij de betaling van gedaagde niet aan onderhavige geldvordering kon koppelen. De kantonrechter wijst de vordering van De Friesland Zorgverzekeraar toe.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12238899 \ CV EXPL 26-1726

Vonnis van 18 augustus 2026

in de zaak van

de naamloze vennootschap DE FRIESLAND ZORGVERZEKERAAR N.V.,

gevestigd in Leeuwarden,

eisende partij,

hierna te noemen: De Friesland Zorgverzekeraar,

gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

wonende in [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 Waar deze zaak over gaat

De Friesland Zorgverzekeraar en [gedaagde] hebben een zorgverzekeringsovereenkomst op grond waarvan [gedaagde] een geldsom aan De Friesland Zorgverzekeraar verschuldigd is. De Friesland Zorgverzekeraar vordert daarom betaling van haar vordering. [gedaagde] heeft de geldvordering na betekening van de dagvaarding voldaan, maar onder vermelding van een onjuiste omschrijving. De Friesland Zorgverzekeraar heeft het bedrag de volgende dag teruggestort, omdat zij de betaling van [gedaagde] niet aan onderhavige geldvordering kon koppelen. De kantonrechter wijst de vordering van De Friesland Zorgverzekeraar toe.

2 De procedure

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, uitgebracht op 12 mei 2026,

- de productie van [gedaagde], inhoudende bewijs van betaling,
- de akte uitlating van De Friesland Zorgverzekeraar.

2.2

Hoewel [gedaagde] daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft [gedaagde] hierna niet meer gereageerd.

2.3

Ten slotte is vonnis bepaald.

3 Het geschil

3.1

De Friesland Zorgverzekeraar vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 235,00 aan zorgkosten met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten inclusief omzetbelasting over de daarvoor in aanmerking komende kosten.

3.2

[gedaagde] voert verweer.

3.3

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

De Friesland Zorgverzekeraar en [gedaagde] hebben een zorgverzekeringsovereenkomst. Op grond van deze overeenkomst heeft De Friesland Zorgverzekeraar in verband met een onbetaald gebleven deel van het eigen risico over 2024 een vordering van € 235,00 op [gedaagde]. [gedaagde] heeft op 20 mei 2026 de vordering aan De Friesland Zorgverzekeraar voldaan met vermelding van – onder andere – “eigen risico 2025” . De Friesland Zorgverzekeraar heeft het bedrag de volgende dag aan [gedaagde] teruggestort, omdat [gedaagde] de verkeerde omschrijving heeft gebruikt en De Friesland Zorgverzekeraar hierdoor het bedrag niet aan onderhavige vordering kon koppelen.

4.2

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] het bedrag van € 235,00 alsnog aan De Friesland Zorgverzekeraar moet betalen. Als gevolg van de onjuiste omschrijving heeft De Friesland Zorgverzekeraar het betaalde bedrag teruggestort, zodat [gedaagde] (nog steeds) € 235,00 verschuldigd is.

4.3

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kantonrechter ziet geen aanleiding de proceskosten te compenseren, omdat [gedaagde] pas tot betaling (onder vermelding van een onjuiste omschrijving) van de vordering is overgegaan nadat hij daartoe is gedagvaard. De proceskosten van De Friesland Zorgverzekeraar worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,77

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

43,00

(1,0 punten × € 43,00)

- nakosten

€

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

357,27

4.4

De omzetbelasting over de daarvoor in aanmerking komende kosten zijn reeds verrekend in bovenstaande proceskostenberekening.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1

veroordeelt [gedaagde] om aan De Friesland Zorgverzekeraar te betalen een bedrag van € 235,00,

5.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 357,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026. (hg)