Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Overijssel, 25 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 25 augustus 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Enschede
Datum uitspraak
25 augustus 2026
Datum publicatie
5 september 2026
Zaaknummer
12237741 \ RR FORM 26-32
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:5382
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toewijzing geldvordering

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12237741 \ RR FORM 26-32

Vonnis van 25 augustus 2026

in de zaak van

1 [eiser], en

2. [eiseres],

tezamen wonende te [woonplaats 1],

eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers],

procederend in persoon.

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het aanvraagformulier met bijlagen van [eisers];

- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2026. [gedaagde] is niet bij deze mondelinge behandeling verschenen en daarom is tegen hem verstek verleend.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1

[eisers] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 4.000,00 en de proceskosten. [eisers] legt aan het gevorderde ten grondslag dat [eisers] en [gedaagde] een overeenkomst hebben gesloten; [gedaagde] zou tegen betaling door [eisers] een tuinrenovatie uitvoeren. [eisers] heeft een bedrag van € 4.000,00 aanbetaald en [gedaagde] is – ondanks meerdere toezeggingen – niet gestart met de tuinrenovatie.

[eisers] wil daarom dat [gedaagde] de aanbetaling van € 4.000,00 terugbetaalt.

2.2

[gedaagde] is niet verschenen in deze procedure en daarom is tegen hem verstek verleend. De regelrechter wijst de tegen [gedaagde] ingestelde vorderingen toe, omdat deze haar niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.3

[eisers] hebben de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden. Dit maakt dat er een grond is voor toewijzing van de geldvordering; door de ontbinding moet [gedaagde] de aanbetaling terugbetalen.

Het gevorderde komt de regelrechter ook voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als hierna te melden worden toegewezen.

2.4

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op het griffierecht van € 265,00 en de reis- en verletkosten van € 50,00.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 4.000,00;

3.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 315,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

3.3

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.

Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan door een schriftelijke mededeling aan de griffier van deze rechtbank, die wordt gedaan per gewone post of langs elektronische weg. Dat doet u in beginsel binnen vier weken na de betekening van het vonnis aan u in persoon of nadat u bekend bent geworden met het vonnis. De termijn begint ook op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Er zijn uitzonderingen mogelijk op de termijn van verzet.

!

!

!