Civiel recht overig

vrijwaringsincident referte

Rechtbank Overijssel, 29 september 2026

Zaakgegevens

Op 29 september 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Almelo
Datum uitspraak
29 september 2026
Datum publicatie
10 oktober 2026
Zaaknummer
12277116 \ CV EXPL 26-1139
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:6079
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vrijwaringsincident referte

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12277116 \ CV EXPL 26-1139

Vonnis in incident van 29 september 2026

in de zaak van

[partij A] ,

te [woonplaats 1] ,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [partij A] ,

gemachtigde: mr. G.J. Ligtenberg,

tegen

[partij B] ,

te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [partij B] ,

gemachtigde: mr. H. Versluis.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 4 juni 2026 met producties;

  • de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van [partij B] van 18 augustus 2026;

  • de conclusie van antwoord tot oproeping in vrijwaring van [partij A] van

1 september 2026.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil

In de hoofdzaak

2.1

In de hoofdzaak heeft [partij A] gevorderd [partij B] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 11.308,74, te vermeerderen met rente en kosten. [partij A] heeft, kort samengevat, naar voren gebracht dat [partij B] op 18 februari 2024 de bankrekening van [partij A] leeg heeft getrokken. Op die bankrekening stond een bedrag van € 11.308,74. [partij A] heeft in overleg geprobeerd het geld terug te krijgen, maar dat is niet gelukt. Daarom is [partij A] deze procedure gestart.

2.2

[partij B] voert verweer.

In het incident

2.3

[partij B] heeft gevorderd hem toe te staan [moeder van partij A] (hierna: de moeder van [partij A] ) in vrijwaring te mogen oproepen. [partij B] heeft het volgende, kort samengevat, daartoe naar voren gebracht. [partij B] is getrouwd geweest met de moeder van [partij A] . Tijdens het huwelijk hebben zij met elkaar huwelijkse voorwaarden opgesteld. Echter bleek bij verdeling van het vermogen conform de akte van huwelijkse voorwaarden dat [partij B] en de moeder van [partij A] de gezamenlijke banktegoeden, inclusief de bank/spaartegoeden van alle kinderen, met elkaar hadden verdeeld, maar dat was niet de bedoeling. Volgens [partij B] hebben hij en de moeder van [partij A] om dat te corrigeren een mondelinge afspraak gemaakt, inhoudende dat [partij B] aan de gezamenlijke kinderen van hen ( [kind 1] en [kind 2] ) de bedragen zou terugbetalen en de moeder van [partij A] aan haar dochter ( [partij A] ) [partij A] ). [partij B] heeft de bedragen aan [kind 1] en [kind 2] terugbetaald. Indien [partij B] in de hoofdzaak wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag aan [partij A] , dan heeft hij, gelet op de hiervoor genoemde mondelinge afspraak, een regresvordering op de moeder van [partij A] , aldus [partij B] . [partij B] wijst daarbij ook naar artikel 17 lid 4 van de akte van huwelijkse voorwaarden. Gelet op bovenstaande heeft [partij B] er belang bij om de moeder van [partij A] in vrijwaring op te roepen.

2.4

[partij A] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

3 De beoordeling

In het incident:

3.1

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [partij B] voldoende gesteld om te rechtvaardigen dat hem wordt toegestaan om [moeder van partij A] op te roepen. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

3.2

[partij B] zal worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De kosten aan de zijde van [partij A] zal worden begroot op nihil, omdat zij zich niet heeft verweerd tegen het incident.

In de hoofdzaak:

3.3

De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van de conclusie van antwoord door [partij B] .

3.4

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

De rechtbank

In het incident:

4.1

staat [partij B] toe om [moeder van partij A], wonende te ( [adres] ) [adres] , in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de civiele terechtzitting van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, team kanton en handelsrecht op dinsdag 27 oktober 2026, teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden;

4.2

veroordeelt [partij B] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [partij A] tot op heden begroot op nihil;

In de hoofdzaak:

4.3

verwijst de zaak naar de rolzitting van 27 oktober 2026 voor het nemen van een conclusie van antwoord door [partij B] ;

4.4

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026. (ak)