Civiel recht overig

Machtiging voor opname geld van de rekening met BEM-clausule.

Rechtbank Overijssel, 29 september 2026

Zaakgegevens

Op 29 september 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Almelo
Datum uitspraak
29 september 2026
Datum publicatie
10 oktober 2026
Zaaknummer
12316779 \ EJ VERZ 26-131
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:6084
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Machtiging voor opname geld van de rekening met BEM-clausule.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12316779 \ EJ VERZ 26-131

Beschikking van 29 september 2026

in de zaak van

1 [verzoekster] ,

wonende te [woonplaats 1],

verzoekster, hierna te noemen: de moeder,

als wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2013 en wonende te [woonplaats 2], hierna te noemen: [minderjarige].

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 13 juli 2026,

- de mondelinge behandeling van 23 september 2026, waarbij de moeder en haar kinderen [kind 1], [kind 2] en [minderjarige] aanwezig waren.

1.2

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1

[minderjarige] is samen met zijn broer [kind 1] en zijn zus [kind 2] erfgenaam in de nalatenschap van zijn vader [erflater], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 1981 en overleden te [plaats] op [overlijdensdatum] 2026, laatst gewoond hebbend te [woonplaats 3], hierna te noemen: de vader.

2.2

De moeder verzoekt om een bedrag van € 2.200,- van de rekening van [minderjarige] met BEM-clausule te mogen opnemen ten behoeve van de aanschaf en plaatsing van een grafsteen voor de vader. De moeder heeft dit als volgt toegelicht.

Zij is gescheiden van de vader. De nalatenschap van de vader bestaat slechts uit schulden en zij heeft geholpen met de afbetaling ervan. Mede omdat ze geen betaald werk heeft vanwege een ernstig ongeluk in het verleden kan zij op dit moment de kosten van de grafsteen

voor de vader van € 3.362,35 niet volledig zelf betalen. Het overlijden van de vader heeft grote impact gehad op de kinderen. De kinderen willen graag een grafsteen als blijvende plek om hun vader te bezoeken en om hun verdriet te kunnen verwerken. De grafsteen is van grote emotionele betekenis voor hen. De ouders hebben in het verleden voor de kinderen gespaard. Op de spaarrekening van alle drie kinderen is naderhand een BEM-clausule gekomen vanwege smartengelduitkeringen, waarbij [minderjarige] meer heeft gekregen dan zijn broer en zus. Na opname van € 2.200,- van de rekening van [minderjarige] is de stand op de rekeningen van alle drie kinderen ongeveer gelijk.

2.3

De kantonrechter overweegt als volgt. [kind 1], [kind 2] en [minderjarige] hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard. De moeder heeft voldoende toegelicht dat de nalatenschap van de vader negatief is en dat zij de volledige kosten van de grafsteen voor de vader niet alleen kan dragen. Uit de overgelegde bankafschriften volgt dat op de rekening van [minderjarige] ongeveer € 2.200,- meer staat dan op de rekeningen van zijn broer en zus. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder uitgelegd dat ze met haar kinderen heeft besproken om voor de grafsteen een bedrag van € 2.200,- van de rekening van [minderjarige] op te nemen, zodat de stand van de rekeningen van de kinderen daarna ongeveer gelijk is. [kind 1], [kind 2] en [minderjarige] hebben dat bevestigd. Zij hebben tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij het hier mee eens zijn en het een passende oplossing vinden.

De kantonrechter zal daarom het verzoek van 13 juli 2026 toewijzen.

3 De beslissing

De kantonrechter

wijst het verzoek toe en verleent machtiging om van het saldo op de BEM-rekening van [minderjarige] bij de ABN AMRO Bank een bedrag van € 2.200,- op te nemen ten behoeve van de aanschaf en plaatsing van een grafsteen voor de vader.

Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en uitgesproken op

29 september 2026.